Provided by: manpages-nl_20051127-1_all bug

NAAM

       mount, umount - mount en on-mount bestandsystemen

OVERZICHT

       #include <sys/mount.h>

       int  mount(const char *speciaalbestand, const char * dir , const char *
       bestandsysteemsoort, unsigned long lsvlag , const void * gegevens);

       int umount(const char *speciaalbestand);

       int umount(const char *dir);

BESCHRIJVING

       mount mount het bestandsysteem bepaald door speciaalbestand  (wat  vaak
       de  naam  van  een  apparaat  is)  aan de dir bepaald door dir.  umount
       verwijderd het gemounte bestandsysteem bepaald door speciaalbestand  of
       dir.    Alleen   de  super-gebruiker  mag  bestandsystemen  mounten  en
       loskoppelen.

       Het bestandsysteemsoort argument mag één van de  waardes  aannemen  die
       genoemd  worden  in /proc/filesystems {*bestandsystemen} (zoals "minix,
       "ext2", "msdos", "proc", "nfs", "iso9660" enz.).

       Het lsvlag argument heeft het magische nummer 0xC0ED in de  hoogste  16
       bits,  en  verschillende  mount  vlaggen (zoals bepaald in <linux/fs.h>
       voor libc4 en libc5 en in <sys/mount.h> voor glibc2) in de lage bits.
       #define MS_RDONLY    1 /* mount alleen-lezen */
       #define MS_NOSUID    2 /* negeer suid en sgid bits */
       #define MS_NODEV     4 /* sta geen toegang tot apparaat speciale
       *                       * bestanden toe */
       #define MS_NOEXEC    8 /* sta programma uitvoering niet toe */
       #define MS_SYNC     16 /* scripts {"writes"} worden direct
       *                       * geharmoniseerd {"sync’t"} */
       #define MS_REMOUNT  32 /* verander de vlaggen van een mount
       *                       * bestandsysteem */
       #define MS_MGC_VAL 0xC0ED0000
       Als  het  magische  nummer  afwezig  is  dan  worden  de  laatste  twee
       argumenten niet gebruikt.

       Het  gegevens  argument  wordt  geïnterpreteerd  door  de verschillende
       bestandsystemen.

TERUGGEEF WAARDE

       Bij success wordt nul teruggegeven. Bij falen wordt -1 teruggegeven, en
       errno wordt naar behoren gezet.

FOUTEN

       De   fout   waardes   hieronder   gegeven   worden   veroorzaakt   door
       bestandsysteem onafhankelijke fouten.  Elke  bestandsysteem  soort  kan
       zijn  eigen  speciale  fouten en zijn eigen speciale gedrag hebben. Zie
       besturingssysteem code voor details.

       EPERM  {toestemming} De gebruiker is niet de super-gebruiker.

       ENODEV {geen  apparaat}  Bestandsysteemsoort   niet   ingesteld   {eng:
              configured} in het besturingssysteem.

       ENOTBLK
              {niet  blok}  Speciaalbestand is niet een blok apparaat (als een
              apparaat nodig was).

       EBUSY  {bezig} Speciaalbestand is  al  mount.  Of,  het  kan  niet  als
              alleen-lezen   opnieuw   mount  worden,  omdat  het  nog  steeds
              bestanden open voor schrijven bevat.  Of,  het  kan  niet  mount
              worden  aan  dir  omdat het nog steeds bezig is (het is de werk-
              directorie van een of andere taak, het mount punt van een  ander
              apparaat heeft open bestanden, enz.).

       EINVAL {ongeldig}   Speciaalbestand  heeft  een  ongeldig  "superblock"
              {super  blok}.   Of,  een  her-mount  werd  geprobeerd,  terwijl
              Speciaalbestand  niet al mount was aan dir.  Of, een umount werd
              geprobeerd, terwijl dir niet het mount-punt was.

       EFAULT {fout} Een van de pointer argumenten wijst buiten  de  gebruiker
              adres ruimte.

       ENOMEM {geen  geheugen}  De  kern  kon geen vrije pagina plaatsen om de
              bestandnamen of gegevens in te kopiëren {eng: copy}.

       ENAMETOOLONG
              {naam te lang} Een padnaam was langer dan MAXPATHLEN.

       ENOENT {geen ingang} Een padnaam was  leeg  of  had  een  niet-bestaand
              deel.

       ENOTDIR
              {geen dir} Het tweede argument, of een voorvoegsel van de eerste
              argument is geen dir.

       EACCES {toegang} Een deel van de pad {zie boven} was niet zoekbaar.
              Of,  het  mounten  van  een  alleen-lezen  bestandsysteem   werd
              geprobeerd zonder de MS_RDONLY vlag te geven.
              Of,  het  blok  apparaat  Speciaalbestand  bevind  zich  op  een
              bestandsysteem dat mount is met de MS_NODEV keuze.

       ENXIO  {?in/uit} Het grote nummer van het blok apparaat speciaalbestand
              ligt buiten bereik.

       EMFILE {max  bestand} (In het geval geen blok apparaat nodig is:) Tabel
              met nep-apparaten {eng: dummy-} is vol.

VOLDOET AAN

       Deze functies zijn Linux-eigen en zouden niet gebruikt moeten worden in
       programma’s die bedoeld zijn om algemeen toepasbaar te zijn.

ZIE

       mount(8) {mount}, umount(8) {koppel los}

VERTALING

       Dit  is  een  handleiding  uit  manpages-dev  1.29.   Alles  wat tussen
       ‘{’..‘}’ staat is aanvullende vertaling, en hoort niet bij de originele
       handleiding.  Email naar <manpages-nl@nl.linux.org>.

       $Id: mount.2,v 1.1.1.1 2004/03/21 21:02:25 cor Exp $