Provided by: manpages-nl_20051127-1_all bug

NAAM

       wait3, wait4 - wacht voor proces beëindiging, BSD stijl

OVERZICHT

       #define _USE_BSD
       #include <sys/types.h>
       #include <sys/resource.h>
       #include <sys/wait.h>

       pid_t wait3(int *status, int keuzes,
             struct rusage *rusage)

       pid_t wait4(pid_t pid, int *status, int keuzes,
             struct rusage *rusage)

BESCHRIJVING

       De  wait3 functie schort het uitvoeren van het huidige proces op totdat
       een kind eindigt, of totdat een  signaal  wordt  afgeleverd  welke  het
       beëindigen   van   het   huidige  proces,  of  het  aanroepen  van  een
       signaalbehandelings functie bewerkstelligd. Als een kind  al  beëindigd
       was  op  het  moment van aanroepen (een zogenaamd "zombie" proces), dan
       keert de functie onmiddellijk terug. Alle systeem-middelen  in  gebruik
       door het kind worden vrijgemaakt.

       De wait4 functie schort uitvoering van het huidige proces op totdat een
       kind opgegeven door het  pid  argument  is  geëindigd,  of  totdat  een
       signaal  wordt  afgeleverd welke het beëindigen van het huidige proces,
       of het aanroepen van  een  signaalbehandeling  functie  bewerkstelligd.
       Als  een  kind  gevraagd  met  pid  al  beëindigd was op het moment van
       aanroepen  (een  zogenaamd  "zombie"  proces),  dan  keert  de  functie
       onmiddellijk  terug.  Alle  systeem  middelen  in gebruik door het kind
       worden vrijgemaakt.

       De waarde van pid kan zijn een van:

       < -1   wat betekend te wachten  voor  ieder  kind  proces  waarvan  het
              proces groep ID gelijk is aan de absolute waarde van pid.

       -1     wat  betekend  te wachten voor ieder kind proces; deze is gelijk
              aan het aanroepen van wait3.

       0      wat betekend te wachten  voor  ieder  kind  proces  waarvan  het
              proces groep ID gelijk is aan dat van het aanroepende proces.

       > 0    wat  betekend te wachten vaar het kind proces waarvan het proces
              ID gelijk is aan de waarde van pid.

       De waarde van keuzes is een bitsgewijze OF (incl.) van nul of meer  van
       de volgende constanten:

       WNOHANG
              {niet  ophangen}  wat  betekend  terug te keren onmiddellijk als
              geen kind daar is om op te wachten.

       WUNTRACED
              {niet gevolgd} wat betekend ook terug te keren voor kinderen die
              gestopt zijn, en waarvan de status niet gemeld was.

       Als  status  niet NULL is, dan bewaren wait3 en wait4 status informatie
       op de plaats naar verwezen naar door status.

       Deze status kan beoordeeld worden met de volgende macro’s (deze macro’s
       nemen  de  "stat" buffer (een int) als argument — niet een pointer naar
       de buffer!):

       WIFEXITED(status)
              {als beëindigd} is niet-nul als het kind normaal eindigde.

       WEXITSTATUS(status)
              {einde status} levert de acht minst belangrijke bits op  van  de
              teruggave code van het kind dat eindigde, wat gezet kan zijn als
              het argument voor een aanroep van exit()  of  als  het  argument
              voor een return opdracht in het "main" programma. Deze macro kan
              alleen beoordeeld worden als WIFEXITED {als  eindigde}  niet-nul
              teruggaf.

       WIFSIGNALED(status)
              {als  gesignaleerd}  geeft  "waar"  {true}  als  het kind proces
              eindigde omdat een signaal niet gevangen werd.

       WTERMSIG(status)
              {einde  signaal}  geeft  het  nummer   van   het   signaal   dat
              veroorzaakte dat het kind proces eindigde. Deze macro kan alleen
              afgewerkt worden als  WIFSIGNALED  {als  gesignaleerd}  niet-nul
              teruggaf.

       WIFSTOPPED(status)
              {als  gestopt}  geeft  "waar"  {true} als het kind proces dat de
              terugkeer veroorzaakte  momenteel  gestopt  is;  dit  is  alleen
              mogelijk als de aanroep werd gedaan met WUNTRACED.

       WSTOPSIG(status)
              {stop signaal} geeft het nummer van het signaal dat veroorzaakte
              dat het kind stopte. Deze macro kan alleen afgewerkt worden  als
              WIFSTOPPED {als gestopt} niet-nul teruggaf.

              Als  rusage  niet  NULL  is, dan zal de struct rusage bepaald in
              <sys/resource.h> gevuld worden met  getalsmatige  {"accounting"}
              informatie. Zie getrusage(2) voor details.

TERUGGEEF WAARDE

       Het  proces  ID  van  het  kind  dat  eindigde, -1 bij een fout (in het
       bijzonder,  wanneer  geen  niet-op-gewachte  kind  processen   van   de
       opgegeven  soort bestaan) of nul als WNOHANG gebruikt werd en geen kind
       was nog voorhanden.  In  het  laatste  twee  gevallen  zal  errno  naar
       behoren worden gezet.

FOUTEN

       ECHILD {kind} Geen niet-op-gewacht kind proces zoals opgegeven bestaan.

       ERESTARTSYS
              {herstart systeem} als WNOHANG {niet hangen} niet gezet  was  en
              een  ongeblokkeerd  signaal  of  een SIGCHLD {signaal kind} werd
              gevangen. Deze fout wordt teruggegeven door de systeem  aanroep.
              De  bibliotheek interface heeft geen toestemming om ERESTARTSYS,
              terug te geven, en zal EINTR{onderbroken} teruggeven.

VOLDOET AAN

       SVr4, POSIX.1

ZIE OOK

       signal(2) {signaal}, getrusage(2)  {krijg  gebruik},  wait(2)  {wacht},
       signal(7) {signaal}

VERTALING

       Dit  is  een  handleiding  uit  manpages-dev  1.29.   Alles  wat tussen
       ‘{’..‘}’ staat is aanvullende vertaling, en hoort niet bij de originele
       handleiding.  Email naar <manpages-nl@nl.linux.org>.

       $Id: wait4.2,v 1.1.1.1 2004/03/21 21:02:25 cor Exp $