Provided by: manpages-nl_20051127-4_all bug

NAAM

       fgetc,  fgets,  getc,  getchar,  gets, ungetc - invoer van karakters en
       strings {karaktersnoeren}

OVERZICHT

       #include <stdio.h>

       int fgetc(FILE *stroom);
       char *fgets(char *buf, int grootte, FILE *stroom);
       int getc(FILE *stroom);
       int getchar(void);
       char *gets(char *buf);
       int ungetc(int kar, FILE *stroom);

BESCHRIJVING

       fgetc() Leest het volgende karakter van stroom en geeft het  terug  als
       een  unsigned char naar een int gecast, of EOF bij einde van bestand of
       een fout.

       getc() Is gelijk aan fgetc() behalve dat het geïmplementeerd  kan  zijn
       als een macro die stroom meer dan één keer onderzoekt.

       getchar() is gelijk aan getc(stdin).

       gets()  leest  een  regel van stdin in de buffer verwezen naar door buf
       tot óf een afsluitende nieuweregel óf EOF, wat vervangen wordt door een
       ’\0’.   Geen test op buffer-overloop wordt uitgevoerd (zie BUGS onder).

       fgets() leest maximaal één minder dan grootte karakters van stroom  in,
       en  bewaart ze in de buffer verwezen naar door buf.  Lezen stopt na een
       EOF of een nieuweregel. Als een nieuweregel gelezen  wordt,  wordt  het
       bewaard  in  de  buffer.  Een  ’\0’  wordt opgeslagen direct achter het
       laatste gelezen karakter in de buffer.

       ungetc() drukt kar terug in stroom, gecast naar een unsigned char, waar
       het  beschikbaar  wordt  voor  volgende  lees  operaties. Teruggedrukte
       karakters zullen in omgekeerde  volgorde  gelezen  worden;  echter  één
       terug-drukking wordt maar gegarandeerd.

       Aanroepen  naar  de  hier beschreven de functies kunnen vermengd worden
       met elkaar, en met aanroepen naar andere invoer functies van  de  stdio
       bibliotheek voor dezelfde invoerstroom.

EIND WAARDE

       fgetc(),  getc()  En getchar() geven het gelezen karakter terug als een
       unsigned char gecast naar een int, of EOF bij einde van bestand of  een
       fout.

       gets()  en  fgets()  geven  buf  bij  slagen, of ‘NULL’ bij een fout en
       wanneer einde van  bestand  optreedt  terwijl  geen  karakters  gelezen
       werden.

       ungetc() geeft kar bij slagen, of EOF bij een fout.

VOLDOET AAN

       ANSI - C, POSIX.1

BUGS

       Gebruik  nooit  gets().   Omdat  het onmogelijk is om erachter te komen
       -zonder de gegevens van te voren te kennen-  hoeveel  karakters  gets()
       zal  gaan  lezen, en omdat gets() doorgaat met opslaan van karakters na
       het einde van de buffer, is het extreem gevaarlijk bij gebruik. Het  is
       gebruikt  om  computer  beveiliging te breken. Gebruik fgets() inplaats
       hiervan.

       Het wordt niet aangeraden om aanroepen  naar  invoer  functies  van  de
       stdio bibliotheek met laag-niveau aanroepen naar read(2) te mengen voor
       de bestandindicator die bij de invoerstroom hoort; de resultaten zullen
       onbepaald zijn, en zeer waarschijnlijk niet wat u wilt.

ZIE OOK

       read(2) {lees}, write(2) {schrijf}, fopen(3) {openen}, fread(3) {lees},
       scanf(3) {inlezen},  puts(3)  {plaatsen},  fseek(3)  {zoek},  ferror(3)
       {fout}

VERTALING

       Dit  is  een  handleiding  uit  manpages-dev  1.34.   Alles  wat tussen
       ‘{’..‘}’ staat is aanvullende vertaling, en hoort niet bij de originele
       handleiding.  Email naar <manpages-nl@nl.linux.org>.

       $Id: gets.3,v 1.1.1.1 2004/03/21 21:02:25 cor Exp $