Provided by: manpages-nl_20051127-4_all bug

NAAM

       strtod,  strtof,  strtold  -  zet  ASCII  string om naar floating point
       number

BESCHRIJVING

       #include <stdlib.h>

       double strtod(const char *nptr, char **endptr);
       float strtof(const char *nptr, char **endptr);
       long double strtold(const char *nptr, char **endptr);

BESCHRIJVING

       De strtod, strof, en strold functies zetten  het  eerste  deel  van  de
       string waar nptr naar wijst om in respectievelijk een double, float, en
       long double voorstelling.

       De verwachte vorm voor (het eerste deel van)  de  string  is  eventuele
       voorafgaande  witruimte  zoals  herkend  door isspace(3), een optioneel
       plus (‘‘+’’) of min (‘‘-’’) teken, gevolgd door ofwel (i) een  decimaal
       getal,  ofwel (ii) een hexadecimaal getal, ofwel (iii) een oneindigheid
       ofwel (iv) een NAN (not-a-number, geen-getal).

       Een decimaal getal bestaat uit een niet-lege rij van decimale  cijfers,
       mogelijk  een  radix  karakter  (een locale-afhankelijke decimale punt,
       gewoonlijk ‘‘.’’), mogelijk gevolgd door een  decimale  exponent.   Een
       decimale exponent bestaat uit een ‘‘E’’ of ‘‘e’’ karakter, gevolgd door
       een optioneel plus of min teken, gevolgd door een niet-lege  serie  van
       decimale  cijfers, en geeft vermenigvuldiging met een macht van 10 aan.

       Een hexadecimaal getal

       bestaat uit een ‘‘0x’’ of ‘‘0X’’ gevolgd door  een  niet-lege  rij  van
       hexadecimale  cijfers,  mogelijk bevattend een radix karakter, mogelijk
       gevolgd door een binaire exponent.  Een binaire  exponent  bestaat  uit
       een  ‘‘P’’ of een ‘‘p’’, gevolgd door een optioneel plus- of min-teken,
       gevolgd door een niet-lege rij van  decimale  getallen,  en  geeft  een
       vermenigvuldiging  met  een  macht  van  2 aan.  Ten minste één van het
       radix karakter en de binaire exponent moeten aanwezig zijn.

       Een oneindigheid is òf ‘‘INF’’ òf ‘‘INFINITY’’; op gebruik  van  hoofd-
       of kleine letters wordt niet gelet.

       Een  NAN is ‘‘NAN’’ (op gebruik van hoofd- of kleine letters wordt niet
       gelet) optioneel gevolgd door ‘(’, een  serie  van  karakters,  gevolgd
       door  ‘)’.   De serie karakters geeft op een implementatie-afhankelijke
       manier het type van de NAN aan.

EIND WAARDE

       Deze functies geven de omgezette waarde terug, als die er is.

       Als endptr niet NULL is, dan wordt een pointer naar het karakter direct
       achter  het laatste in de conversie gebruikte karakter opgeslagen op de
       locatie waar endptr naar wijst.

       Als geen conversie gedaan is, dat wordt nul teruggegeven, en de  waarde
       van nptr is opgeslagen in de locatie waar endptr naar wijst.

       Als  de  correcte  waarde  overflow  zou veroorzaken, dan wordt plus of
       minus HUGE_VAL (HUGE_VALF, HUGE_VALL) teruggegeven (afhankelijk van het
       teken  van de waarde), en ERANGE wordt gezet in errno.  Als de correcte
       waarde underflow zou veroorzaken, dan wordt nul teruggegeven en  ERANGE
       wordt gezet in errno.

FOUTEN

       ERANGE Overflow of underflow trad op.

VOLDOET AAN

       ANSI C beschrijft strtod, C99 beschrijft de andere twee functies.

ZIE OOK

       atof(3), atoi(3), atol(3), strtol(3), strtoul(3)