Provided by:
manpages-nl_20051127-4_all
NAAM
ls, dir, vdir - geef directorie inhoud weer
OVERZICHT
ls [OPTIE]... [BESTAND]...
dir [OPTIE]... [BESTAND]...
vdir [OPTIE]... [BESTAND]...
POSIX opties: [-CFRacdilqrtu1] [--]
GNU opties (kortste vorm): [-1abcdfghiklmnopqrstuvwxABCDFGHLNQRSUX] [-w
KOLOMMEN] [-T KOLOMMEN] [-I PATROON] [--full-time] [--show-con‐
trol-chars] [--block-size=GROOTTE] [--format=[long|verbose|com‐
mas|across|vertical|single-column]] [--sort=[none|time|size|extension]]
[--time=[atime|access|use|ctime|status]] [--color[=[none|auto|always]]]
[--help] [--version] [--]
BESCHRIJVING
Het ls programma geeft bestands-status-informatie over de bestanden die
als argumenten aan het programma worden gegeven. Directories en hun
inhoud worden als laatste gegeven, ook als de directorie-argumenten
eerder op de opdrachtregel staan. Opties en bestand-argumenten kunnen
gemengd worden.
Voor directories geeft ls standaard de inhoud van de directorie, maar
niet recursief en bestanden beginnend met ‘.’ weglatend. Voor andere
niet-optie argumenten geeft ls standaard alleen de bestandnaam. Als
alleen optie argumenten worden gespecificeerd, geeft ls de inhoud van
de huidige directorie.
Standaard wordt de inhoud alphabetisch geordend. Als de uitvoer naar
een terminal gaat is de uitvoer in kolommen (verticaal gesorteerd) en
worden controle-karakters uitgevoerd als vraagtekens; anders wordt de
uitvoer één per regel gegeven, en controle-karakters worden als
zichzelf uitgevoerd.
dir (soms ook geïnstalleerd als d ) is een verkorte ls; het is equiva‐
lent met ls -C -b ; dat wil zeggen, bestanden worden weergegeven in
verticaal gesorteerde kolommen, en speciale tekens worden gerepresen‐
teerd door escape codes.
vdir (soms ook geïnstalleerd als v ) is een verbose ls; het is equiva‐
lent met ls -l -b ; dat wil zeggen, bestanden worden weergegeven in
lang formaat en speciale tekens worden gerepresenteerd door escape
codes.
Omdat ‘ls’ zo’n fundamenteel programma, is heeft het door de jaren heen
vele opties verzameld. Deze worden onder beschreven; binnen elk deel
worden de opties alphabetisch gegeven (verschil hoofd/kleine-letters
negerend). Het onderscheid in delen is niet absoluut, omdat sommige
opties meer dan één aspect van ‘ls’’s uitvoering beïnvloeden.
Welke bestanden
Deze opties bepalen over welke bestanden ‘ls’ informatie geeft. Stan‐
daard worden alle bestanden, en de inhoud van alle directories op de
opdrachtregel getoond.
-a, --all
{--alles} Geef alle bestanden in directories, ook ingangen star‐
tend met ‘.’
-A, --almost-all
{--bijna-alles} Geef alle bestanden in directories, behalve ‘.’
en ‘..’
-B, --ignore-backups
{--negeer-backups} Geef geen bestanden die eindigen op ‘~’, ten‐
zij ze op de opdrachtregel worden gegeven.
-d, --directory
{--directorie} Geef alleen de namen van directories zoals bij
andere soorten bestanden, in plaats van het geven van hun
inhoud.
-I PATROON, --ignore=PATROON
{--negeer=} Geef geen bestanden wiens naam het shellpatroon
PATROON past (dit is niet een reguliere expressie), tenzij ze
gegeven worden op de opdrachtregel. Zoals in de shell komt een
‘.’ als eerste in een bestandnaam niet overeen met een wildcard
{nl: joker} aan het begin van het patroon. Soms is het nuttig
deze optie meerdere keren te geven, bijvoorbeeld:
$ ls --ignore=’.??*’ --ignore=’.[^.]’ --ignore=’#*’
De eerste optie negeert namen met een lengte van drie of meer
die starten met een ‘.’, het tweede argument negeert alle twee-
karakter namen startend met ‘.’, behalve ‘..’, en het derde
argument negeert namen die starten met #.
-L, --dereference
{--verwijzing} Geef in een uitgebreide opgave, informatie (dat
is, tijden en toestemmingen) over waar symbolische koppelingen
naar verwijzen, in plaats van over de symbolische koppelingen
zelf.
-R, --recursive
{--herhaaldelijk} Geef de inhoud van directories recursief.
Welke informatie
Deze opties beïnvloeden de informatie die ‘ls’ geeft. Standaard worden
alleen bestandnamen gegeven.
-D, --dired
{--gedirt} Geef in de uitgebreide opgave (‘-l’) vorm een extra
regel na de hoofd uitvoer.
//DIRED// BEG1 EIND1 BEG2 EIND2 ...
De BEGN en EINDN zijn unsigned integers {nl: hele positieve
getallen} die de byte positie van elk begin en eind van alle
bestandnamen in de uitvoer bevatten. Dit maakt het makkelijk
voor Emacs om de bestandnamen te vinden zonder fantasievolle
zoekmethoden, ook als ze vreemde karakters zoals spaties of
nieuweregels bevatten.
Als directories recursief worden gegeven (‘-R’) voer dan een
soortgelijke regel uit na elke subdirectorie:
//SUBDIRED// FORMAT BEG1 EIND1 ...
Geef uiteindelijk een regel in de vorm:
//DIRED-OPTIONS// --quoting-style=WOORD
Waar WOORD de quoting stijl is (zie "Opmaken bestandnamen",
onder).
-G, --no-group
{--geen-groep} Voorkom afdrukken van groep informatie in de uit‐
gebreide opgave. (Dit is standaard op sommige niet-GNU versies
van ‘ls’, dus voor overdraagbaarheid hebben we in deze optie
voorzien.)
-h, --human-readable
{--menselijk-leesbaar} Voeg een grootheid-letter toe, zoals ‘M’
voor megabytes, voor elke grootte. Eenheden van 1024 worden
gebruikt, niet 1000; ‘M’ staat voor 1.048.567 bytes. Gebruik de
‘-H’ of de ‘--si’ optie als eenheden van 1000 gewenst zijn.
-H, --si
Voeg een grootheid-letter toe, zoals ‘M’ voor megabytes, voor
elke grootte. (SI is het internationale systeem voor eenheden,
die deze letters als voorvoegsels definieert). Eenheden van 1000
worden gebruikt, niet 1024; ‘M’ staat voor 1.000.000 bytes.
Gebruik de ‘-h’ of ‘--human-readable’ optie als eenheden van
1024 gewenst zijn.
-i, --inode
{--inode} Druk het inode-nummer af (ook wel het bestand serie-
nummer genoemd, of -index nummer), van elk bestand, links van de
bestandnaam (dit is een uniek identificatienummer voor elk
bestand op een bepaald bestandsysteem).
-l, --format=long, --format=verbose
{--vorm={lang, praatgraag}} Druk in aanvulling op de naam van
elk bestand: de bestandsoort, toestemmingen, aantal harde kop‐
pelingen, naam van de eigenaar, groep naam, grootte in bytes, en
tijdstempel (standaard, de aanpassingstijd) af. Voor bestanden
met een meer dan een half jaar oude tijd, of een tijd van meer
dan een uur in de toekomst, bevat de tijdstempel het jaar, in
plaats van de tijd op de dag.
Voor elke directorie wordt het aantal blokken dat door de
bestanden in die directorie wordt ingenomen op harde schijf
gegeven vóór de bestanden zelf, in een regel met de vorm ‘totaal
BLOKKEN’. De standaard blokgrootte is momenteel 1024 bytes,
maar dat kan opzij gezet worden (zie optie --block-size, onder).
Het berekende BLOK aantal telt elke harde koppeling apart, maar
er zijn argumenten te verzinnen waarom dit geen goede eigenschap
is.
De gegeven toestemmingen lijken op de symbolische mode specifi‐
catie, maar ‘ls’ combineert meerdere bits in het derde karakter
in elke set permissies als volgt:
‘s’ Als het ‘setuid’ of ‘setgid’ bit en de bijbehorende
uitvoerbaarheid beiden zijn gezet.
‘S’ Als het ‘setuid’ of ‘setgid’ bit is gezet, maar de bijbe‐
horende uitvoerbaarheid is niet gezet.
‘t’ Als het sticky {nl: plakkerige} bit en het "andere"
uitvoerbare bit beide zijn gezet.
‘T’ Als het sticky bit is gezet, maar het "andere" uitvoer‐
bare bit niet is gezet.
‘x’ Als het uitvoerbaar bit is gezet, en niets van het boven‐
staande opgaat.
‘-’ Anders.
Volgend op de toestemmings-bits is een enkel karakter dat
aangeeft of er een alternatieve toegangsmethode opgaat voor het
bestand. Wanneer dat karakter een spatie is, is er geen alter‐
natieve toegangsmethode. Wanneer het een afdrukbaar karakter is
(dat is, ‘+’), dan is er zo’n methode.
-o Produceer uitgebreide vorm directorie opgave, maar geef geen
groep informatie. Dit is gelijk aan ‘--format=long’ met
‘--no-group’. In deze optie werd voorzien voor gelijkvormigheid
met andere versies van ‘ls’.
-s, --size
{--grootte} Druk de ruimte die elk bestand toegewezen is op de
harde schijf links van de bestandnaam af. Dit is de schijfruimte
verbruikt door het bestand, wat gewoonlijk een beetje meer is
dan de grootte van het bestand, maar het kan minder zijn als het
bestand gaten heeft.
Normaal wordt de schijf-toewijzing afgedrukt in eenheden van
1024 bytes, maar dat kan opzij gezet worden (zie --block-size).
Voor bestanden die met NFS zijn gemount vanaf een HP-UX systeem,
naar een BSD systeem, rapporteert deze optie groottes die de
helft van de correcte waardes zijn. Op HP-UX systemen rappor‐
teert het groottes die tweemaal groter zijn dan de correcte
waardes voor bestanden die met NFS zijn gemount vanaf BSD syste‐
men. Dit komt door een fout in HP-UX; het beïnvloedt het HP-UX
‘ls’ programma ook.
Uitvoer sorteren
Deze opties veranderen de volgorde waarin ‘ls’ de informatie sorteert
die het uitvoert. Standaard wordt gesorteerd op karakter code (dat is,
ASCII volgorde).
-c, --time=ctime, --time=status, --time=use
{--tijd={verander tijd, status, gebruik}} Als de uitgebreide
opgave wordt gebruikt (dat is, ‘-l’, ‘-o’, druk de tijd af
waarop de status veranderde (‘ctime’ in de inode), in plaats van
de modificatie tijd. Wanneer de uitgebreide vorm niet wordt
gebruikt, of expliciet op tijd wordt gesorteerd (‘--sort=time’
of ‘-t’), sorteer op status veranderingstijd.
-f Hoofdzakelijk zoals ‘-U’: niet sorteren; geef de bestanden in de
volgorde waarin ze zijn opgeslagen in de directorie. Maar ook:
zet ‘-a’ aan (geef alle bestanden), en zet ‘-l’, ‘--color’, en
‘-s’ uit (als ze vóór ‘-f’ werden opgegeven).
-r, --reverse
{--omkeren} Keer de volgorde van sorteren om, wat de sorteer‐
methode ook is: geef bestanden in omgekeerde alfabetische volgo‐
rde, jongste eerst, kleinste eerst, of wat dan ook.
-S, --sort=size
Sorteer op bestand grootte, grootste eerst.
-t, --sort=time
{--sorteer=tijd} Sorteer op modificatie-tijd, (de ‘mtime’ in de
inode), nieuwste eerst.
-u, --time=atime, --time=access
Als een uitgebreide opgavevorm (dat is, ‘--format=long’) wordt
gebruikt, druk de laatste toegangstijd (de ‘atime’ in de inode)
af. Sorteer volgens toegangstijd wanneer expliciet gesorteerd
wordt op tijd (‘--sort=time’ of ‘-t’), of bij het niet gebruiken
van een uitgebreide opgavevorm.
-U, --sort=none
{--sorteer=niet} Sorteer niet; geef de bestanden in de volgorde
waarin ze in de directorie staan (doe geen van de ongerelateerde
zaken die ‘-f’ doet). Dit is vooral handig voor de uitvoer van
hele grote directories, omdat niet sorteren merkbaar sneller kan
zijn.
-v, --sort=version
{--sorteer=versie} Sorteer op versie naam en nummer, laagste
eerst. Het gedraagt zich als een standaard sorteer, behalve dat
elke rij decimale cijfers numeriek wordt behandeld zoals in
index/versie nummer (zie voor meer details "Versie sorteer
details" onder).
-X, --sort=extension
{--sorteer=extensie} Sorteer de inhoud van een directorie op
extensie (karakters na de laatste ‘.’); bestanden zonder exten‐
sie worden eerst gegeven
Versie sorteer details
Het versie-sorteren houdt rekening met het feit dat bestandnamen vaak
indexen en/of versienummers bevatten. Standaard sorteren produceert
vaak niet het soort volgorde dat mensen verwachten, omdat vergelijkin‐
gen karakter voor karakter worden gedaan. De versie-sorteer lost dat
probleem op, en is vooral nuttig voor het surfen door directories die
veel bestanden met indexen en/of versienummers bevatten.
% ls -1 % ls -1v
foo-zml-1.gz foo-zml-1.gz
foo-zml-100.gz foo-zml-2.gz
foo-zml-12.gz foo-zml-6.gz
foo-zml-13.gz foo-zml-12.gz
foo-zml-2.gz foo-zml-13.gz
foo-zml-25.gz foo-zml-25.gz
foo-zml-6.gz foo-zml-100.gz
Merk ook op dat numerieke delen met voorlopende nullen als fracties
worden opgevat:
% ls -1 % ls -1v
abc-1.007.tgz abc-1.007.tgz
abc-1.012b.tgz abc-1.01a.tgz
abc-1.01a.tgz abc-1.012b.tgz
Algemeen uitvoer opmaken
Deze opties beïnvloeden de verschijning van de algemene uitvoer.
-1, --format=single-column
{--vorm=enkele-kolom} Geef één bestand per regel. Dit is de
standaard voor ‘ls’ wanneer de standaarduitvoer geen terminal
is.
-C, --format=vertical
{--vorm=verticaal} Geef bestanden in kolommen, verticaal gesor‐
teerd. Dit is de standaard voor ‘ls’ wanneer de standaarduitvoer
geen terminal is. Dit is altijd de standaard voor de ‘dir’ en
‘d’ programma’s. GNU ‘ls’ gebruikt variabele breedte kolommen om
zoveel mogelijk bestanden in zo weinig mogelijk regels te laten
zien.
--color[=WANNEER]
{--kleur[=]} Bepaal of kleur gebruikt wordt om bestandsoorten te
onderscheiden. WANNEER Kan weggelaten worden of, één van de
volgende zijn:
never {nooit} gebruik nooit kleur
always {altijd} gebruik altijd kleur
auto {automatisch} gebruik alleen kleur als de standaar‐
duitvoer een terminal is
Opgeven van ‘--color’ zonder WANNEER is gelijk aan
‘--color=always’.
-F, --classify, --indicator-style=classify
{--classificeer} {--aanmerken-stijl=classificeren} Voeg een
karakter toe (een van */=@|) aan elk bestand dat zijn soort
aangeeft. Geef reguliere bestanden die uitvoerbaar zijn een
‘*’. De bestandsoort-tekens zijn: ‘/’ voor directories, ‘@’
voor symbolische koppelingen, ‘|’ voor FIFO’s, ‘=’ voor sockets,
en niets voor reguliere bestanden.
--full-time
{--hele-tijd} Geef volledige datum en tijd in plaats van de
standaard afkortingslogica. De vorm is gelijk aan de standaar‐
duitvoer van ‘date’; het is niet mogelijk om dit te veranderen,
maar u kunt de datum string eruitknippen met ‘cut’ en het resul‐
taat aan ‘date -d’ geven.
Dit is heel bruikbaar omdat de tijdstempel de seconden bevat.
(Unix bestandsystemen bewaren bestand-tijdstempels alleen tot de
dichtstbijzijnde seconde, dus deze optie geeft alle informatie
die er is). Dit kan bijvoorbeeld helpen als je een Makefile hebt
dat bestanden niet correct genereert.
--indicator-style=WOORD
{--aanmerken-stijl=} Voeg karakter merktekens toe in de stijl
van WOORD aan ingang namen, als volgt:
none Voeg geen karakter merktekens toe; dit is de standaard
file-type
Voeg ‘/’ toe voor directories, ‘@’ voor symbolische kop‐
pelingen, ‘|’ voor FIFO’s, ‘=’ voor sockets, en niets
voor reguliere bestanden. Dit is gelijk aan de ‘-p’ en
‘--file-type’ opties.
classify
Voeg een ‘*’ karakter toe aan uitvoerbare bestanden,
gedraagt zich verder als ‘file-type’. Dit is gelijk aan
de ‘-F’ en ‘--classify’ opties.
--block-size=GROOTTE
{--blok-grootte=} Gebruik GROOTTE-byte blokken. GROOTTE mag ook
"human-readable", gelijk aan de optie ‘--human-readable’; of
"si", gelijk aan de optie ‘--si’ en ‘-H’, zijn.
-k, --kilobytes
{--kilobytes} Gelijk aan --block-size=1024
-m, --format=commas
{--vorm=komma’s} Geef bestanden horizontaal, zoveel als maar op
een regel passen, gescheiden door ‘, ’, (een komma en een
spatie).
-n, --numeric-uid-gid
{--numerieke-uid-gid} Geef numerieke UIDs en GIDs in plaats van
namen
-p, --file-type, --indicator-style=file-type
{--bestand-soort} {--aanmerken-stijl=bestand-soort} Voeg een
karakter aan elk bestand toe dat zijn bestandsoort aangeeft.
Dit is gelijk aan ‘-F’, behalve dat uitvoerbaren niet worden
gemerkt.
-x, --format=across, --format=horizontal
{--vorm=dwarsover} {--vorm=horizontaal} Geef bestanden in kolom‐
men, horizontaal gesorteerd.
-T KOLOMMEN, --tabsize=KOLOMMEN
{--tabgrootte=} Neem elke tabulatiestop KOLOMMEN kolommen breed.
De standaard is 8. ‘ls’ Gebruikt tabulaties in de uitvoer waar
mogelijk voor efficiëntie. Als KOLOMMEN nul is gebruikt ‘ls’
geen tabulaties maar spaties.
-w, --width=KOLOMMEN
{--breedte=} Neem de schermbreedte KOLOMMEN kolommen. De stan‐
daard wordt van de terminal instellingen betrokken als mogelijk;
anders wordt de omgevingsvariabele ‘COLUMNS’ gebruikt als die is
gezet; anders is de standaard 80.
Opmaken bestandnamen
Deze opties veranderen hoe bestandnamen zelf afgedrukt worden.
-b, --escape, --quoting-style=escape
{--escape} {--citeerstijl=escape} Citeer niet-grafische karak‐
ters in bestandnamen met alphabetische en octale backslash codes
af, zoals in C {programmeertaal C}.
-N, --literal
{--letterlijk} Druk rauwe ingang namen (behandel o.a. controle
karakters niet speciaal) af, citeer niet.
-q, --hide-control-chars
{--verstop-controle-karakters} Druk vraagtekens af in plaats van
niet-grafische karakters in bestandnamen. Dit is de standaard
als de uitvoer een terminal is en het programma ‘ls’ is.
-Q, --quote-name, --quoting-style=c
{--citeer-namen} {--citeerstijl=c} Vervat bestandnamen in
dubbele aanhalingstekens, en citeer niet-grafische karakters
zoals in C.
--quoting-style=WOORD
{--citeerstijl=} gebruik citeerstijl WOORD om uitvoer namen te
citeren. Het WOORD moet één van de volgende zijn:
literal
{letterlijk} Geef namen zoals ze zijn.
shell {shell} Citeer namen voor de shell als ze shell
metakarakters bevatten, of dubbelzinnige uitvoer zouden
produceren.
shell-always
{shell-altijd} Citeer namen voor de shell, ook als ze
normaal geen aanhalingstekens nodig hebben.
c {c} Citeer namen zoals voor ‘C’ strings; dit is hetzelfde
als de ‘-Q’ en ‘--quote-names’ opties.
escape {escape} Citeer zoals voor ‘C’, maar laat de omvattende
dubbele-aanhalingstekens weg; dit is gelijk aan de ‘-b’
en ‘--escape’ opties.
locale {locaal} Citeer zoals voor ‘C’, maar gebruik de
citeertekens van de huidige localiteit. De citeertekens
voor de standaard localiteit zijn ‘‘’ en ‘’’.
--show-control-chars
{--toon-controle-karakters} laat niet-grafische karakters zoals
ze zijn. Dit is de standaard tenzij het programma ‘ls’ heet en
uitvoer naar een terminal gaat.
Overige opties
--help {--help} Geef een lijst van alle beschikbare opties en eindig
succesvol.
--version
{--versie} Geef versie informatie en eindig succesvol.
-- Na deze optie zijn alle argumenten bestandnamen, ook (juist) als
ze met een streepje beginnen.
-g Genegeerd, voor compatibiliteit met Unix.
OMGEVING
POSIXLY_CORRECT
Deze variabele bepaald de gebruikte eenheden.
LS_BLOCK_SIZE, BLOCK_SIZE
Gebruikte standaard blokgrootte. ‘LS_BLOCK_SIZE’ Heeft voor‐
rang. Als POSIXLY_CORRECT gezet is en nóg de ‘LS_BLOCK_SIZE’,
nóg de ‘BLOCK_SIZE’ variabelen zijn gezet, dan wordt de stan‐
daard blokgrootte 512. Als geen van bovenstaande omgevingsvari‐
abelen zijn gezet wordt de standaard waarde 1024 bytes.
TABSIZE
Als POSIXLY_CORRECT niet is gezet, bepaald TABSIZE het aantal
karakters per tabulatie.
COLUMNS
De variabele COLUMNS (wanneer het een geheel decimaal getal
bevat) bepaald de breedte van de uitvoer-kolommen (voor gebruik
met de -C optie). Bestandnamen moeten niet afgehakt worden om ze
in een meerdere kolommen vorm te laten passen.
LS_COLORS
Bepaald de kleuren die ‘ls’ gebruikt, zie dircolors(1).
LANG, LC_ALL, LC_COLLATE, LC_CTYPE, LC_MESSAGES, LC_TIME
hebben de gebruikelijke betekenis
TZ De variabele TZ geeft de tijdzone voor tijd-strings van ls.
QUOTING_STYLE
Deze variabele wordt gebruikt om de standaardwaarde voor de
--quoting-style optie te geven. Dit ‘valt’ momenteel ‘door’ naar
"none", maar de auteurs hebben gewaarschuwd dat dit in de
toekomst in "shell" kan veranderen.
AUTEURS
Geschreven door Richard Stallman en David MacKenzie.
Rapporteer bugs bij <bug-fileutils@gnu.org>.
COPYRIGHT
Copyright © 1999 Free Software Foundation, Inc.
Dit is vrije software; zie de broncode voor kopieer voorwaarden. Er is
GEEN aansprakelijkheid; zelfs niet voor VERKOOPBAARHEID of GESCHIKTHEID
VOOR EEN BEPAALD DOEL.
dircolors(1).
De korte handleiding voor ls is beschikbaar via ‘man -e kort 1 ls‘.
POSIX 1003.2. De volgende opties zijn POSIX opties:
‘-C’, ‘-F’, ‘-R’, ‘-a’, ‘-c’, ‘-d’, ‘-i’, ‘-l’, ‘-q’, ‘-r’, ‘-t’, ‘-u’,
‘-1’, ‘--’.
De overige opties zijn GNU-extensies.
VERTALING
Dit is een handleiding van ls als gedistribueerd met fileutils 4.01,
inclusief informatie uit de originele manpage en info-handleiding.
Alles wat tussen ‘{’..‘}’ staat is aanvullende vertaling, en hoort niet
bij de originele handleiding. Email naar <manpages-nl@nl.linux.org>.
$Id: ls.1,v 1.1.1.1 2004/03/21 21:02:25 cor Exp $