Provided by: manpages-nl_20051127-4_all
 

NAAM

        find - zoek bestanden in een directorie hiërarchie
 

OVERZICHT

        find [pad...] [expressie]
 

BESCHRIJVING

        Deze handleiding beschrijft de GNU versie van find.  find Zoekt door de
        directorieboom geworteld bij elke gegeven bestandnaam, door de  gegeven
        expressie  te  evalueren  van  links naar rechts, volgens de wetten van
        voorrang (zie sectie OPERATOREN), tot de uitkomst bekend is (de  linker
        zijde  is  onwaar  voor  and {en} operaties, waar voor or {of}), op dat
        moment gaat find verder naar de volgende bestandnaam.
 
        Het eerste argument dat begint met ‘-’, ‘(’, ‘)’, ‘,’, of ‘!’ wordt als
        het  begin  van de expressie genomen; alle argumenten ervoor zijn paden
        om te doorzoeken, en mogelijke argumenten erachter zijn de rest van  de
        expressie.  Als  geen  paden  gegeven  zijn wordt de huidige directorie
        gebruikt.  Als geen expressie is gegeven wordt  de  expressie  ‘-print’
        gebruikt.
 
        find  Eindigt  met  status 0 als alle bestanden geslaagd zijn verwerkt,
        groter dan 0 als een fout optrad.
 

UITDRUKKINGEN

        De expressie bestaat  uit  opties  (die  meer  de  algemene  uitvoering
        beïnvloeden dan het verwerken van een bepaald bestand, en altijd ‘waar’
        teruggeven), testen (die een waarde ‘waar’ of  ‘fout’  teruggeven),  en
        acties  (die randverschijnselen hebben en ‘waar’ of ‘fout’ teruggeven),
        allemaal gescheiden door operatoren.  ‘-and’ {en} Wordt aangenomen waar
        de  operator  is  weggelaten. Als de expressie geen acties bevat anders
        dan -prune {snoei}, dan wordt -print  {afdrukken}  uitgevoerd  op  alle
        bestanden waarvoor de expressie ‘waar’ is.
 
    OPTIES
        Alle  opties  geven  ‘waar’  terug. Ze hebben altijd gevolgen en worden
        niet alleen verwerkt als hun positie in  de  expressie  bereikt  wordt.
        Daarom, voor de duidelijkheid, is het het beste om ze aan het begin van
        de expressie te plaatsen.
 
        -daystart
               {-dagstart} Meet tijden  (voor  -amin  {acces  minutes},  -atime
               {acces  time},  -cmin  {change  minutes},  -ctime {change time},
               -mmin {modification minutes}, en -mtime {modification time}) van
               het begin van vandaag in plaats van 24 uur geleden.
 
        -depth {-diepte} Verwerk de inhoud van elke directorie vóór de directo‐
               rie zelf.
 
        -follow
               {-volgen} Volg symbolische koppelingen. Impliceert -noleaf {geen
               vertakking}.
 
        -help, --help
               {--hulp}  Geef  een  samenvatting van opdracht regel gebruik van
               find en eindig.
 
        -maxdepth niveaus
               {-max-diepte} Daal  maximaal  niveaus  (een  niet-negatief  heel
               getal) directorie niveaus af onder de opdracht regel argumenten.
               ‘-maxdepth 0’ betekend de testen en daden alleen op de  opdracht
               regel argumenten toepassen.
 
        -mindepth niveaus
               {-minimale-diepte}  Pas geen testen of daden toe op niveaus min‐
               der dan niveaus (een niet negatief heel  getal).  ‘-mindepth  1’
               Betekend  verwerk alle bestanden behalve de opdracht regel argu‐
               menten.
 
        -mount {-mount} Daal niet af in directories op andere  bestandsystemen.
               Een  alternatief  voor  -xdev, voor overdraagbaarheid met andere
               versies van find.
 
        -noleaf
               {-geen-vertakking} Maak uitvoering  niet  sneller  door  aan  te
               nemen  dat  directories 2 minder subdirectories bevatten dan hun
               harde koppelingen aantal. Deze optie is nodig  bij  zoeken  door
               bestandsystemen  die  de  Unix  directorie-koppelingen gewoontes
               niet volgen zoals CD-ROM of MS-DOS bestandsystemen, of AFS  vol‐
               ume   mount   punten.   Elke  directorie  op  een  normaal  Unix
               bestandsysteem heeft tenminste 2 harde koppelingen: zijn naam en
               zijn  ‘.’  ingang.  Daar bovenop hebben zijn subdirectories (als
               aanwezig) elk een ‘..’ ingang  verbonden  naar  die  directorie.
               Wanneer  find een directorie onderzoekt, nadat het 2 minder sub‐
               directories rekent dan het koppelingen aantal van de directorie,
               weet  het  dat  de  rest  van de ingangen in de directorie niet-
               directories zijn (‘blad’ bestanden in de directorie  boom).  Als
               alleen  de bestandsnamen onderzocht dienen te worden is het niet
               nodig ze te beoordelen; dit geeft een  belangrijke  toename  van
               zoek snelheid.
 
        -version, --version
               {--versie} Druk het find versie nummer af en eindig.
 
        -xdev  {-x-apparaat}  Daal niet af in directories op andere bestandsys‐
               temen.
 
    TESTEN
        Numerieke argumenten kunnen opgegeven worden als
 
        +n     voor groter dan n,
 
        -n     voor minder dan n,
 
        n      voor precies n.
 
        -amin n
               {-toegang-minuten} Laatste bestandstoegang n minuten geleden.
 
        -anewer bestand
               {-toegang-nieuwer} Laatste bestandstoegang recenter dan  bestand
               werd  veranderd.   -anewer  Wordt  alleen beïnvloed door -follow
               {-volgen} als -follow eerder dan  -anewer  in  de  opdrachtregel
               status.
 
        -atime n
               {-toegangs-tijd} Laatste bestandstoegang n*24 uren geleden.
 
        -cmin n
               {-verander-minuten}   Bestand-status  werd  laatst  veranderd  n
               minuten geleden.
 
        -cnewer bestand
               {-verander-nieuwer} Bestand status werd recenter  laatst  veran‐
               derd dan bestand werd veranderd.  -cnewer wordt alleen beïnvloed
               door -follow {-volg}  als  -follow  eerder  dan  -cnewer  in  de
               opdrachtregel komt.
 
        -ctime n
               {-verander-tijd}  Bestand-status werd laatst veranderd n*24 uren
               geleden.
 
        -empty {-leeg} Bestand is leeg en is of een  normaal  bestand,  of  een
               directorie.
 
        -false {-fout} Altijd fout {onwaar}.
 
        -fstype soort
               {-bestandsysteem-soort}  Bestand  zit  op een bestandsysteem van
               soort  soort.  De  geldige  bestandsysteem  soorten  verschillen
               tussen verschillende versies van Unix; een onvolledige lijst van
               bestandsysteem soorten die geaccepteerd worden op een of  andere
               versie  van Unix is: ufs, 4.2, 4.3, nfs, tmp, mfs, S51K, S52K. U
               kunt -printf met de %F richtlijn gebruiken om de soorten van  uw
               bestandsysteem te zien.
 
        -gid n {-groep-id} Numerieke groep ID van bestand is n.
 
        -group gnaam
               {-groep}  Bestand  hoort  bij  groep  gnaam  (numeriek  groep ID
               toegestaan).
 
        -ilname patroon
               {-ongevoelige-koppeling-naam}   Net   als   -lname,   maar    de
               overeenkomst  is  ongevoelig  voor het verschil tussen hoofd- en
               kleine- letters.
 
        -iname patroon
               {-ongevoelige-naam} Net  als  -name,  maar  de  overeenkomst  is
               ongevoelig  voor  het verschil tussen hoofd- en kleine- letters.
               Bijvoorbeeld, de patronen ‘fl*’ en ‘F???’ komen overeen  met  de
               namen ‘Flip’, ‘FLIP’, ‘flip’, ‘fLIp’, enz.
 
        -inum n
               {-inode-num} Bestand heeft inode nummer n.
 
        -ipath patroon
               {-ongevoelig-pad}   Net  als  -path,  maar  de  overeenkomst  is
               ongevoelig voor het verschil tussen hoofd- en kleine- letters.
 
        -iregex patroon
               {-ongevoelige-reguliere-expressie}  Net  als  -regex,  maar   de
               overeenkomst  is  ongevoelig  voor het verschil tussen hoofd- en
               kleine- letters.
 
        -links n
               {-koppelingen} Bestand heeft n koppelingen.
 
        -lname patroon
               {-koppeling-naam} Bestand is  een  symbolische  koppeling  wiens
               inhoud  overeenkomt  met shell patroon patroon. De metakarakters
               behandelen ‘/’ en ‘.’ niet speciaal.
 
        -mmin n
               {-aanpassings-minuten}  Bestandsgegevens  werden  het  laatst  n
               minuten geleden aangepast.
 
        -mtime n
               {-aanpassings-tijd}  Bestand gegevens werden het laatst n*24 uur
               geleden aangepast.
 
        -name patroon
               {-naam} Basis van de bestandnaam (het  pad  met  de  voorlopende
               directories  verwijderd) komt overeen met shell patroon patroon.
               De metakarakters (‘*’, ‘?’, en ‘[]’) komen niet overeen met  ‘.’
               aan  het  begin  van  de  basis  naam.  Om  een directorie en de
               bestanden eronder te negeren, gebruik -prune; zie een  voorbeeld
               in de beschrijving van -path.
 
        -newer bestand
               {-nieuwer}  Bestand werd recenter aangepast dan bestand.  -newer
               wordt alleen beïnvloed door -follow {-volgen} als -follow eerder
               dan -newer in de opdrachtregel komt.
 
        -nouser
               {-geen-gebruiker} Geen gebruiker hoort bij het bestand numerieke
               ID.
 
        -nogroup
               {-geen-groep} Geen groep hoort bij het numerieke  groep  ID  van
               bestand.
 
        -path patroon
               {-pad}  Bestandnaam  komt  overeen met shell patroon patroon. De
               metakarakters behandelen ‘/’ en ‘.’ niet speciaal; dus, bijvoor‐
               beeld,
                         find . -path ’./sr*sc’
               zal een ingang voor een directorie genaamd ’./src/misc’ (als die
               bestaat) afdrukken.  Om een hele  directorie  boom  te  negeren,
               gebruik  -prune  in plaats van elk bestand in de boom te testen.
               Bijvoorbeeld, om de directorie  ‘scr/emacs’  en  alle  bestanden
               eronder  over  te  slaan,  en  de  namen  van de andere gevonden
               bestanden af te drukken, doe iets als dit:
                         find . -path ’./src/emacs’ -prune -o -print
 
        -perm mode
               {-toestemmingen}  bestandspermissie-bits   zijn   precies   mode
               (octaal  of  symbolisch).   Symbolische  modes  gebruiken  0 als
               vertrekpunt.
 
        -perm -mode
               Alle permissiebits mode zijn gezet voor het bestand.
 
        -perm +mode
               Eén of meer van  de  permissiebits  mode  zijn  gezet  voor  het
               bestand.
 
        -regex patroon
               {-reguliere-expressie}  Bestandnaam  komt  overeen met reguliere
               expressie patroon. Dit is een overeenkomst met het hele pad,  er
               wordt  niet in gezocht. Bijvoorbeeld, om met een bestand genaamd
               ‘./flopje3’ overeen te komen,  kunt  u  de  reguliere  expressie
               ‘.*opje.’ of ‘.*o.*3’, maar niet ‘o.*e3’ gebruiken.
 
        -size n[bckw]
               {-grootte}  Bestand gebruikt n eenheden ruimte. De eenheden zijn
               normaal 512-byte blokken of als ‘b’ op n volgt, bytes als ‘c’ op
               ‘n, kilobytes als ‘k’ volgt op n, of 2-byte woorden als ‘w’ op n
               volgt. De grootte telt indirecte blokken niet, maar het telt wel
               blokken  in  magere  bestanden die niet daadwerkelijk toegewezen
               zijn.
 
        -true  {-waar} Altijd waar.
 
        -type c
               {-soort} Bestand is van soort c:
 
               b      blok (gebufferd) speciaal
 
               c      karakter (ongebufferd) speciaal
 
               d      directorie
 
               p      benoemde pijp (FIFO)
 
               f      normaal bestand
 
               l      symbolische koppeling
 
               s      socket
 
        -uid n {-gebruiker-id} numerieke gebruiker ID van bestand is n.
 
        -used n
               {-gebruikt} Laatste toegang tot bestand was n dagen  nadat  zijn
               status het laatst werd veranderd.
 
        -user gnaam
               {-gebruiker}  Bestand  is eigendom van gebruiker gnaam (numeriek
               gebruiker ID toegestaan).
 
        -xtype c
               {-xsoort} Het zelfde als -type tenzij het bestand een  symbolis‐
               che  koppeling  is.   Voor  symbolische koppelingen: als -follow
               niet gegeven werd, ‘waar’ als het bestand een koppeling is  naar
               een  bestand  van  soort c; als -follow wel werd gegeven, ‘waar’
               als c gelijk is aan ‘l’. Met andere  woorden,  voor  symbolische
               koppelingen test -xtype het type bestand dat -type niet test.
 
    ACTIES
        -exec opdracht ;
               {-uitvoeren} Voer opdracht uit; ‘waar’ als 0 status teruggegeven
               is. Alle volgende argumenten voor  find  worden  als  argumenten
               voor  de  opdracht genomen totdat een argument bestaande uit ‘;’
               wordt tegengekomen. De  string  ‘{}’  wordt  vervangen  door  de
               huidige  bestandnaam die wordt verwerkt, overal waar het opduikt
               in de argumenten voor de opdracht,  niet  alleen  in  argumenten
               waar  het alleen is, zoals in sommige versies van find.  Allebei
               deze constructies moeten misschien ge-escape’t (met een ‘\’)  of
               geciteerd worden om ze te beschermen tegen interpretatie door de
               shell. De opdracht wordt uitgevoerd in de start directorie.
 
        -fls bestand
               {-bestand-ls} Waar; net als -ls maar schrijf naar bestand  zoals
               -fprint.
 
        -fprint bestand
               {-bestand-afdrukken}  Waar;  schrijf  de  volle bestandnaam naar
               bestand bestand. Als bestand niet bestaat als find draait, wordt
               het gemaakt; als het bestaat, wordt het afgehakt. De bestandsna‐
               men ‘‘/dev/stdout’’ en ‘‘/dev/stderr’’  worden  speciaal  behan‐
               deld;  zij verwijzen naar de standaard uitvoer en standaard fout
               uitvoer, respectievelijk.
 
        -fprint0 bestand
               {-bestand-afdrukken0} Waar;  zoals  -print0  maar  schrijf  naar
               bestand zoals -fprint.
 
        -fprintf bestand vorm
               {-bestand-afdrukken}  Waar;  zoals  -printf  maar  schrijf  naar
               bestand zoals -fprint.
 
        -ok opdracht ;
               {-goedkeuring} Zoals -exec maar vraag de gebruiker eerst (op  de
               standaard  invoer); als het antwoord niet begint met ‘y’ of ‘Y’,
               draai de opdracht niet, en geef ‘fout’ terug.
 
        -print {-afdrukken} Waar; druk de volle bestandnaam af op de  standaard
               uitvoer, gevolgd door een nieuwe regel.
 
        -print0
               {-afdrukken0} Waar; druk de volle bestandnaam af op de standaard
               uitvoer, gevolgd door een nul karakter. Dit  laat  bestandsnamen
               die nieuwe regels bevatten toe om goed geïnterpreteerd te kunnen
               worden door programma’s die de find uitvoer verwerken.
 
        -printf vorm
               {-afdrukken-gevormd} Waar; druk vorm af op de standaard uitvoer,
               ‘\’  uitvluchten en ‘%’ richtlijnen interpreterend. Veld breedte
               en precisie kunnen opgegeven worden  zoals  met  de  ‘printf’  C
               functie.  Niet zoals -print, voegt -printf geen nieuwe regel toe
               aan het einde van het string. De escapes en richtlijnen zijn:
 
               \a     Alarm bel.
 
               \b     ‘backspace’
 
               \c     Stop  afdrukken  van  deze  vorm  onmiddellijk  en  spoel
                      {flush} de uitvoer uit.
 
               \f     Geef bladzijde {form}.
 
               \n     Nieuwe regel.
 
               \r     Regel overhaal.
 
               \t     Horizontale tabulatie.
 
               \v     Verticale tabulatie.
 
               \\     Een letterlijke backslash (‘\’).
 
               Een ‘\’ karakter gevolgd door een ander karakter wordt behandeld
               als een normaal karakter, zodat ze allebei afgedrukt worden.
 
               %%     Een letterlijk procent teken.
 
               %a     Bestands’ laatste toegangstijd in  de  vorm  teruggegeven
                      door de C ‘ctime’ functie.
 
               %Ak    Bestands’  laatste toegangstijd in de vorm opgegeven door
                      k, die of ‘@’ is of een richtlijn voor  de  C  ‘strftime’
                      functie.   De  mogelijke  waardes  voor  k  worden  onder
                      gegeven; sommige ervan zijn misschien niet beschikbaar op
                      alle  systemen, ten gevolge van verschillen in ‘strftime’
                      tussen systemen.
 
                       @      seconden sinds 1 Jan. 1970, 00:00 GMT.
 
                      Tijd velden:
 
                       H      uur (00..23)
 
                       I      uur (01..12)
 
                       k      uur ( 0..23)
 
                       l      uur ( 1..12)
 
                       M      minuten (00..59)
 
                       p      locale AM of PM
 
                       r      tijd, 12-uur (hh:mm:ss [AP]M)
 
                       S      seconden (00..61)
 
                       T      tijd, 24-uur (hh:mm:ss)
 
                       X      locale tijd voorstelling (H:M:S)
 
                       Z      tijd zone (o.a. CET), of niets als geen tijd zone
                              te bepalen is
 
                      Datum velden:
 
                       a      locale afgekorte weekdag naam (Sun..Sat)
 
                       A      locale volle weekdag naam, variabele lengte (Sun‐
                              day..Saturday)
 
                       b      locale afgekorte maand naam (Jan..Dec)
 
                       B      locale volle maand naam, variabele  lengte  (Jan‐
                              uary..December)
 
                       c      locale  datum  en  tijd  (Sat Nov 04 12:02:33 CET
                              1989)
 
                       d      dag van de maand (01..31)
 
                       D      datum (mm/dd/jj)
 
                       h      zelfde als b
 
                       j      dag van jaar (001..366)
 
                       m      maand (01..12)
 
                       U      week nummer van jaar met Zondag  als  eerste  dag
                              van de week (00..53)
 
                       w      dag van de week (0..6)
 
                       W      week  nummer  van jaar met Maandag als eerste dag
                              van de week (00..53)
 
                       x      locale datum voorstelling (mm/dd/jj)
 
                       y      laatste twee cijfers van jaar (00..99)
 
                       Y      jaar (1970...)
 
               %b     Bestandsgrootte in 512-byte blokken (omhoog afgerond).
 
               %c     Bestand  laatste  status  veranderingstijd  in  de   vorm
                      teruggegeven door de C functie ‘ctime’.
 
               %Ck    Bestand   laatste  status  veranderingstijd  in  de  vorm
                      opgegeven door k, wat hetzelfde is als voor %A.
 
               %d     Bestand diepte in de  directorie  boom;  0  betekend  het
                      bestand is een opdracht regel argument.
 
               %f     Bestand   naam  met  voorlopende  directories  verwijderd
                      (alleen het laatste deel).
 
               %F     Soort bestandsysteem waar  het  bestand  op  staat;  deze
                      waarde kan gebruikt worden voor -fstype.
 
               %g     Groep  naam  van  bestand,  of  numerieke groep ID als de
                      groep geen naam heeft.
 
               %G     Numerieke groep ID van bestand.
 
               %h     Voorlopende directories van  bestandnaam  (alles  behalve
                      het laatste deel).
 
               %H     Opdrachtregel-argument  waaronder  het  bestand  gevonden
                      werd.
 
               %i     Inode nummer van bestand (in decimalen).
 
               %k     Grootte van bestand in 1K blokken (omhoog afgerond).
 
               %l     Voorwerp  van  symbolische  koppeling  (lege  string  als
                      bestand geen symbolische koppeling is).
 
               %m     Bestands’ permissiebits (in octaal).
 
               %n     Aantal harde koppelingen voor bestand.
 
               %p     Naam van bestand.
 
               %P     Naam van bestand met de naam van het opdracht regel argu‐
                      ment waaronder het gevonden werd verwijderd.
 
               %s     Grootte van bestand in bytes.
 
               %t     Laatste  aanpassings  tijd  van  bestand   in   de   vorm
                      teruggegeven door de C functie ‘ctime’.
 
               %Tk    Laatste aanpassings tijd van bestand in de vorm opgegeven
                      door k, wat hetzelfde is als voor %A.
 
               %u     Gebruiker naam van bestand, of numerieke gebruiker ID als
                      de gebruiker geen naam heeft.
 
               %U     Numerieke gebruiker ID van bestand.
 
               Een ‘%’ karakter gevolgd door elk ander karakter wordt genegeerd
               (maar het andere karakter wordt afgedrukt).
 
        -prune {-snoei} Als -depth {-diepte} niet is gegeven, ‘waar’; daal niet
               af in de huidige directorie.
               Als -depth gegeven is, ‘fout’; geen gevolgen.
 
        -ls    Waar;  geef  het huidige bestand in ‘ls -dils’ vorm op standaard
               uitvoer.  De blok aantallen zijn in 1K blokken, tenzij de omgev‐
               ingsvariabele  POSIXLY_CORRECT  gezet is, in welk geval 512-byte
               blokken worden gebruikt.
 
    OPERATOREN
        Gegeven in volgorde van aflopende voorrang:
 
        ( expr )
               Dwing voorrang af.
 
        ! expr Waar als expr ‘fout’ is.
 
        -not expr
               {-niet} Zelfde als ! expr.
 
        expr1 expr2
 
               ‘En’ (impliciet); expr2 wordt niet beoordeeld als  expr1  ‘fout’
               is.
 
        expr1 -a expr2
               Zelfde als expr1 expr2.
 
        expr1 -and expr2
               {-en} Zelfde als expr1 expr2.
 
        expr1 -o expr2
               Of; expr2 wordt niet beoordeeld als expr1 ‘waar’ is.
 
        expr1 -or expr2
               {-of} Zelfde als expr1 -o expr2.
 
        expr1 , expr2
               Geef-lijst;  beide  expr1 en expr2 worden altijd beoordeeld.  De
               waarde van expr1 wordt genegeerd; de waarde van de lijst  is  de
               waarde van expr2.
        locate(1L),  locatedb(5L), updatedb(1L), xargs(1L) Finding Files (elec‐
        tronisch in Info, of gedrukt)
 

VERTALING

        Dit is de handleiding van find 4.1.
 
        Bijna alles wat tussen ‘{’..‘}’  staat  is  aanvullende  vertaling,  en
        hoort  niet  bij  de  originele handleiding. Behalve: ‘{}’ als argument
        voor -exec (zie -exec).  Email naar <manpages-nl@nl.linux.org>.
 
        $Id: find.1,v 1.1.1.1 2004/03/21 21:02:25 cor Exp $
 
                                                                       FIND(1L)