Provided by:
manpages-nl_20051127-4_all
NAAM
kill - rapporteer proces status
OVERZICHT
kill pid ... Zend SIGTERM {signaal:beëindigen} naar elk opgegeven pro‐
ces.
kill signaal pid ... Zend een signaal naar elk opgegeven proces.
kill -s signaal pid ... Zend een signaal naar elk opgegeven proces.
kill -l Geef alle signaal namen.
kill -L Geef alle signaal namen in een prettige tabel.
kill -l signaal Zet een signaal nummer om in een naam.
BESCHRIJVING
Het normale signaal voor kill {vermoord} is TERM {beëindigen}. Gebruik
-l of -L om alle beschikbare signalen te zien. Met name bruikbare sig‐
nalen zijn o.a. HUP {ophangen}, INT {onderbreken}, KILL {vermoorden},
STOP {stoppen}, CONT {doorgaan}, en 0. Andere signalen mogen opgegeven
worden op drie manieren: -9 -SIGKILL -KILL.
SIGNALEN
De signalen opgegeven hieronder zijn mogelijk beschikbaar voor gebruik
met kill. Wanneer bekend is dat ze constant zijn, worden nummers en
normaal gedrag genoemd.
Naam:Num: Daad: Beschrijving:
ALRM 14 beëindigen {alarm wekker aflopen}
HUP 1 beëindigen {ophangen terminal}
INT 2 beëindigen {onderbreken}
KILL 9 beëindigen {vermoorden} dit signaal kan niet
geblokkeerd worden
PIPE 13 beëindigen {pijp zonder lezer}
POLL beëindigen {ondervragen}
PROF beëindigen {profilering alarm}
TERM 15 beëindigen {software beëindiging}
USR1 beëindigen {gebruiker bepaald1}
USR2 beëindigen {gebruiker bepaald2}
VTALRM beëindigen {schijnbare tijd alarm}
STKFLT beëindigen {stapel fout} wordt
wellicht niet verwerkelijkt
PWR negeer {voeding} kan beëindigen op
sommige systemen
WINCH negeer {venster grootte veranderd}
CHLD negeer {kind dood/stop}
URG negeer {belangrijke in/uit toestand}
TSTP stoppen {terminal stop} kan samenwerken
met de shell
TTIN stoppen {achtergrond lezen terminal}
kan samenwerken met de shell
TTOU stoppen {achtergrond schrijven terminal}
kan samenwerken met de shell
STOP stoppen {stop} dit signaal kan niet
geblokt worden
CONT herstart {doorgaan} ga door als
gestopt, anders negeer
ABRT 6 kern {afbreken}
FPE 8 kern {drijvende komma uitzondering}
ILL 4 kern {ongeldige instructie}
QUIT 3 kern {stop}
SEGV 11 kern {segmentatie fout}
TRAP 5 kern {valluik}
SYS kern {systeemaanroep arg. fout}
wellicht niet verwerkelijkt
EMT kern {EMT-instructie} wellicht niet
verwerkelijkt
BUS kern {bus fout} kern dump kan
falen
XCPU kern {over cpu tijdslimiet} kern
dump kan falen
XFSZ kern {over bestand maat} kern dump kan
falen
OPMERKINGEN
Uw shell (opdracht regel interpreteerder) heeft misschien een inge‐
bouwde kill opdracht. U moet de hier beschreven opdracht misschien
draaien als /bin/kill om ruzie te voorkomen.
VOORBEELDEN
kill -9 -1
kill -l 11
kill -L
kill 123 543 2341 3453
top(1), skill(1), kill(2), renice(1), nice(1)
STANDAARDEN
Deze opdracht komt met de passende standaarden overeen. De -L vlag is
Linux-eigen.
AUTEUR
Albert Cahalan <acahalan@cs.uml.edu> schreef kill in 1999 om de versie
die niet voldeed aan de standaarden te vervangen. Michael K. Johnson
<johnsonm@redhat.com> is de huidige onderhouder van de procps collec‐
tie.
Zend bug rapporten alstublieft naar <acahalan@cs.uml.edu>
VERTALING
Dit is de handleiding van kill 2.0.6. De vertaling van signaal afko‐
rtingen heeft GEEN ENKELE autoriteit, gebruik een andere bron voor
informatie daarover.
Alles wat tussen ‘{’..‘}’ staat is aanvullende vertaling, en hoort niet
bij de originele handleiding. Email naar <manpages-nl@nl.linux.org>.
$Id: kill.1,v 1.1.1.1 2004/03/21 21:02:25 cor Exp $