Provided by: manpages-nl_20051127-4_all
 

NAAM

        reboot - heropstarten of maak klaar/onklaar Ctrl-Alt-Del
 

OVERZICHT

        Voor  libc4 en libc5 waren de bibliotheek aanroep en de systeem aanroep
        hetzelfde, en sinds kernel versie  2.1.30  zijn  er  symbolische  namen
        LINUX_REBOOT_* {linux heropstarten} voor constanten en een vierde argu‐
        ment in de aanroep:
 
        #include <unistd.h>
        #include <linux/reboot.h>
 
        int reboot (int magie, int magie2, int vlag, void *arg);
 
        Onder glibc hebben sommige van  de  constanten  die  hiermee  te  maken
        hebben  symbolische  namen  RB_* gekregen, en de bibliotheek aanroep is
        een 1-argument  wikkel  om  de  3-argument  systeem  aanroep:  #include
        <unistd.h>
        #include <sys/reboot.h>
 
        int reboot (int vlag);
 

BESCHRIJVING

        De  reboot  aanroep  her-opstart het systeem, of maakt klaar/onklaar de
        heropstart toetsaanslag (afgekort CAD,  omdat  de  standaard  Ctrl-Alt-
        Delete is; het kan veranderd worden met loadkeys(1)).
 
        Deze  systeem  aanroep  zal  falen (met EINVAL {ongeldig}) tenzij magie
        gelijk is aan LINUX_REBOOT_MAGIC1 {linux heropstart magie 1}  (dat  is:
        0xfee1dead)  en  magie2 gelijk is aan LINUX_REBOOT_MAGIC2 {linux herop‐
        start magie 2} (dat is: 672274793).  Sinds  2.1.17  worden  echter  ook
        LINUX_REBOOT_MAGIC2A  {*  magie  2A} (dat is: 85072278) en sinds 2.1.97
        ook LINUX_REBOOT_MAGIC2B {* magie 2B} (dat  is:  369367448)  toegestaan
        als  waarde  voor magie2.  (De hexadecimale waardes van deze constanten
        hebben betekenis.)  Het vlag argument kan de volgende waardes hebben:
 
        LINUX_REBOOT_CMD_RESTART
               {linux heropstart opdracht herstart} (RB_AUTOBOOT  {*automatisch
               opstarten},  0x1234567).  Het bericht ’Restarting system.’ {Her‐
               starten systeem} wordt  afgedrukt,  en  een  standaard  herstart
               wordt  on-Middelijk  uitgevoerd.  Als niet voorafgegaan door een
               sync(2), zullen gegevens verloren gaan.
 
        LINUX_REBOOT_CMD_HALT
               {linux heropstart opdracht  stop}  (RB_HALT_SYSTEM  {*stop  sys‐
               teem},  0xcdef0123; sinds 1.1.76).  Het bericht ‘System halted.’
               {systeem gestuit} wordt afgedrukt, en het systeem wordt gestopt.
               Als niet voorafgegaan door een sync(2), zullen gegevens verloren
               gaan.
 
        LINUX_REBOOT_CMD_POWER_OFF
               {linux  heropstart  opdracht  voeding  uit}  (0x4321fedc;  sinds
               2.1.30).   Het  bericht  ‘Power down.’ {Voeding uit} wordt afge‐
               drukt, het systeem wordt gestopt en alle voeding wordt losgekop‐
               peld van het systeem als dat mogelijk is.  Als niet voorafgegaan
               door sync(2), zullen gegevens verloren gaan.
 
        LINUX_REBOOT_CMD_RESTART2
               {linux  heropstart  opdracht  herstart  2}  (0xa1b2c3d4;   sinds
               2.1.30).   Het  bericht  ‘Restarting  system  with command ’%s’’
               wordt afgedrukt, en een herstart (met gebruik van het  opdracht-
               string gegeven met arg) wordt onmiddellijk uitgevoerd.  Als niet
               voorafgegaan door een sync(2), zullen gegevens verloren gaan.
 
        LINUX_REBOOT_CMD_CAD_ON
               {linux heropstart  opdracht  Cntrl-Alt-Del  aan}  (RB_ENABLE_CAD
               {*zet  aan  CAD}, 0x89abcdef).  CAD wordt gebruiksklaar gemaakt.
               Dit betekend dat  de  CAD  toetsaanslag  onmiddellijk  de  actie
               behorend bij LINUX_REBOOT_CMD_RESTART zal veroorzaken.
 
        LINUX_REBOOT_CMD_CAD_OFF
               {linux  heropstart  opdracht  CAD  uit}  (RB_DISABLE_CAD  {*maak
               onklaar CAD}, 0).  CAD wordt uitgezet.  Dit betekend dat de  CAD
               toetsaanslag een SIGINT signaal zal veroorzaken dat gezonden zal
               worden naar init {"begin"} (proces 1),  waarop  dit  proces  kan
               beslissen  wat een juiste actie is (wellicht: vermoord alle pro‐
               cessen, harmonizeer {"sync"}, en heropstart).
 
        Alleen de super-gebruiker mag deze functie gebruiken.
 
        Het exacte gevolg van de bovenstaande acties hangt af van de  architec‐
        tuur.  Voor de i386 architectuur doet het extra argument helemaal niets
        momenteel (2.1.122), maar het soort heropstart kan bepaald  worden  met
        een kernel opdracht-regel argument (‘reboot=...’ {heropstart=...}), het
        kan warm of koud zijn, en hard of door de BIOS.
        Bij success wordt nul teruggegeven. Bij falen wordt -1 teruggegeven  en
        errno wordt naar behoren gezet.
 

FOUTEN

        EINVAL {ongeldig} Slechte magische nummers of vlag.
 
        EPERM  {toestemming}  Een  niet-root  {"root"}  gebruiker  probeert  om
               reboot aan te roepen.
        reboot is Linux-eigen, en zou  niet  gebruikt  moeten  worden  in  pro‐
        gramma’s die bedoeld zijn om draagbaar te zijn.
        sync(2)   {harmonizeer   (werk/vast   geheugen)},  bootparam(7)  {start
        grootheden},  ctrlaltdel(8),  halt(8)  {stop/stuit},  reboot(8)   {her-
        opstarten}
 

VERTALING

        Dit  is  een  handleiding  uit  manpages-dev  1.29.   Alles  wat tussen
        ‘{’..‘}’ staat is aanvullende vertaling, en hoort niet bij de originele
        handleiding.  Email naar <manpages-nl@nl.linux.org>.
 
        $Id: reboot.2,v 1.1.1.1 2004/03/21 21:02:25 cor Exp $