Provided by:
man-db_2.6.1-2_i386 
NAAM
man - een interface voor de online-handleidingen
SAMENVATTING
man [-C bestand] [-d] [-D] [--warnings[=waarschuwingen]] [-R encoding]
[-L taalgebied] [-m systeem[,...]] [-M pad] [-S lijst] [-e extensie]
[-i|-I] [--regex|--wildcard] [--names-only] [-a] [-u] [--no-subpages]
[-P opmaker] [-r prompt] [-7] [-E encoding] [--no-hyphenation]
[--no-justification] [-p string] [-t] [-T[apparaat]] [-H[browser]]
[-X[dpi]] [-Z] [[sectie] pagina ...] ...
man -k [apropos opties] regexp ...
man -K [-w|-W] [-S list] [-i|-I] [--regex] [sectie] term ...
man -f [watis optie] pagina ...
man -l [-C bestand] [-d] [-D] [--warnings[=waarschuwingen]] [-R
encoding] [-L taalgebied] [-P opmaker] [-r prompt] [-7] [-E encoding]
[-p string] [-t] [-T[apparaat]] [-H[browser]] [-X[dpi]] [-Z] bestand
...
man -w|-W [-C bestand] [-d] [-D] pagina ...
man -c [-C bestand] [-d] [-D] pagina ...
man [-hV]
BESCHRIJVING
man is de man-paginaopmaker van het systeem. Ieder pagina-argument van
man is normaal de naam van een applicatie, hulpprogramma of functie. De
man-pagina verbonden met elke van deze argumenten wordt vervolgens
gezocht en getoond. Een sectie, mits opgegeven, zal man verwijzen naar
de specifieke sectie van de handleiding. De standaardactie is het
zoeken in alle beschikbare secties, in een voorgedefinieerde volgorde,
en om alleen de eerst gevonden pagina te tonen, zelfs als pagina in
meerdere secties voorkomt.
De onderstaande tabel toont de sectie-nummers van de handleiding,
gevolgd door de paginasoorten die ze bevatten.
1 Executable programs or shell commands
2 System calls (functions provided by the kernel)
3 Library calls (functions within program libraries)
4 Special files (usually found in /dev)
5 File formats and conventions eg /etc/passwd
6 Games
7 Miscellaneous (including macro packages and conventions), e.g.
man(7), groff(7)
8 System administration commands (usually only for root)
9 Kernel routines [Non standard]
Een man-pagina bestaat uit verschillende delen.
Gebruikelijke namen van delen bevatten NAAM, SAMENVATTING,
CONFIGURATIE, BESCHRIJVING, OPTIES, STOPSTATUS, RETOURWAARDE, FOUTEN,
OMGEVING, BESTANDEN, VERSIES, VOLDOEND AAN, NOTITIES, PROGRAMMAFOUTEN,
VOORBEELD, AUTEURS, en ZIE OOK.
De volgende conventies zijn van toepassing op het deel SAMENVATTING en
kunnen als voorbeeld voor andere delen gebruikt worden.
bold text type exactly as shown.
italic text replace with appropriate argument.
[-abc] any or all arguments within [ ] are optional.
-a|-b options delimited by | cannot be used together.
argument ... argument is repeatable.
[expression] ... entire expression within [ ] is repeatable.
Exacte opmaak kan varieren afhankelijk van het uitvoerapparaat. Zo kan
man meestal geen cursieve tekst tonen als het in een terminal wordt
uitgevoerd en zal in plaats daarvan onderstreepte of gekleurde tekst
gebruiken.
De illustratie van functie of opdracht is een patroon die overeen moet
komen met alle mogelijke aanroepen. In sommige gevallen heeft het de
voorkeur meerdere uitsluitende aanroepen te illustreren, zoals in de
sectie SAMENVATTING van deze man-pagina wordt getoond.
VOORBEELDEN
man ls
Toon de man-pagina voor het item (programma) ls.
man -a introductie
Alle beschikbare introductie-pagina's van de handleiding in
volgorde tonen. Het is mogelijk tussen de opeenvolgende weergaven
te stoppen of ze over te slaan.
man -t alias | lpr -Pps
De man-pagina waarnaar `alias' verwijst, meestal een
shell-man-pagina, opmaken als standaard troff of groff en deze
doorsturen naar printer ps. De standaarduitvoer van groff is
meestal Postscript. man --help moet aangeven welke processor met
de optie -t is gekoppeld.
man -l -Tdvi ./foo.1x.gz > ./foo.1x.dvi
Deze opdracht zal de nroff-bron van man-pagina ./foo.1x.gz
decomprimeren en indelen als een apparaatonafhankelijk (dvi)
bestand. De omleiding is nodig omdat de vlag -T de uitvoer zonder
opmaak naar stdout stuurt. De uitvoer moet bekeken worden met een
programma zoals xdvi, of verder bewerkt worden naar Postscript met
bijvoorbeeld dvips.
man -k printf
Zoek in de korte beschrijvingen en namen van man-pagina's naar het
trefwoord printf als reguliere expressie. Toon iedere treffer.
Komt overeen met apropos -r printf.
man -f smail
Alle korte beschijvingen tonen van de man-pagina's waarnaar
verwezen wordt door smail. Is gelijk aan whatis -r smail.
OVERZICHT
Om de gebruiker maximale flexibiliteit te geven, heeft man vele opties.
Het zoekpad, de volgorde van secties, de wijze van uitvoerverwerking en
andere gedrag kan worden aangepast, waarover hieronder meer informatie
staat.
Verschillende omgevingsvariabelen worden uitgelezen om te bepalen hoe
mandb werkt, mits ingesteld. Het is mogelijk om de `catch
all'-variabele $MANOPT op iedere tekenreeks in te stellen, zoals in een
opdrachtregel, met als uitzondering dat iedere spatie die als onderdeel
van een optieargument wordt gebruikt, voorafgegaan moet worden door een
backslash. man zal eerst $MANOPT ontleden voor zijn eigen
opdrachtregel. De opties die een argument vereisen, worden
overschreven door gelijknamige opties op de opdrachtregel. Om alle
opties die in $MANOPT insteld zijn te herstellen, kan -D worden
opgegeven als de eerste optie van de opdrachtregel. Zo kan man opties
die opgegeven zijn in $MANOPT `vergeten', hoewel ze nog wel geldig
moeten zijn.
De opmaakhulpprogramma's opgeslagen als man-db maken intensief gebruik
van index-database-caches. Deze caches bevat informatie, zoals de
locatie van iedere man-pagina en de inhoud van watis (korte,
eenregelige beschrijving van de man-pagina), en maakt het mogelijk dat
man sneller resultaten vindt dan met het iedere keer doorzoeken van het
bestandssysteem om de juiste man-pagina te vinden. Wordt man
aangeroepen met de optie -u, dan zal de cache consistent blijven,
waarmee voorkomen wordt dat software handmatig uitgevoerd moet worden
om traditionele watis-tekstdatabases bij te werken.
Als man een door mandb geinitialiseerde index-database voor een
bepaalde man-paginastructuur niet kan vinden, dan zal het toch naar de
gevraagde man-pagina's zoeken, hoewel hiervoor expansie van jokertekens
(file globbing) nodig zal zijn. Als whatis en apropos beide index niet
kunnen vinden, dan zal het informatie uit een traditionele
watis-database halen.
Deze hulpprogramma's ondersteunen standaard gecomprimeerde
nroff-bronbestanden met extenties .Z, .z en .gz. Iedere
compressie-extentie is mogelijk, maar dit moet dan bekend zijn tijdens
compileren. Standaard zijn ook alle aangemaakte categoriepagina's
gecomprimeerd met gzip. Iedere `algemene' man-paginastructuur, zoals
/usr/share/man of /usr/X11R6/man mag iedere map als zijn
categoriepaginastructuur hebben. Oorspronkelijk zijn de
categoriepagina's opgeslagen in dezelfde structuur als de man-pagina's,
maar vanwege redenen zoals beschreven in de File Hierarchy Standard
(FHS) kan het de beter zijn om ze ergens anders op te slaan. Voor meer
informatie over de wijze waarop, wordt verwezen naar manpath(5).
Internationale ondersteuning is beschikbaar voor dit pakket.
Man-pagina's in de eigen taal zijn toegankelijk (mits beschikbaar op uw
systeem) via het gebruik van taalgebied-functies. Om dergelijke
ondersteuning in te schakelen, is het nodig om $LC_MESSAGES, $LANG of
een andere, systeemafhankelijke omgevingsvariabele in te stellen op uw
eigen taalgebied, meestal opgegeven als (POSIX 1003.1):
<taal>[_<gebied>[.<karakter-set>[,<versie>]]]
Als de gewenste pagina in uw taalgebied beschikbaar is, zal het getoond
worden in plaats van de standaardpagina (meestal Amerikaans Engels).
Ondersteuning van internationale programmateksten is ook in dit pakket
opgenomen en kan op dezelfde wijze worden geactiveerd, mits natuurlijk
weer beschikbaar. Als u ontdekt dat de man-pagina's en
programmateksten niet beschikbaar zijn in uw eigen taal en u wilt ze
zelf vertalen, neem dan contact op met de ontwikkelaar die deze
activiteit coordineert.
Voor informatie over andere beschikbare functionaliteiten en
uitbreidingen in deze man-paginaopmaker wordt verwezen naar de
documenten bij dit pakket.
STANDAARDEN
man zal naar de gewenste man-pagina in het index-databasecache zoeken.
Als de optie -u opgegeven is, wordt de consistentie van de cache
gecontroleerd om er zeker van te zijn dat de databases een goede
afspiegeling zijn van het bestandssysteem. Als deze optie altijd
opgegevens wordt, is het over het algemeen niet nodig om mandb uit te
voeren nadat de caches zijn aangemaakt, tenzij een cache verminkt
raakt. Echter, de controle op consistentie van caches kan langzaam
zijn op systemen met veel man-pagina's. Daarom wordt het niet
standaard uitgevoerd en de systeembeheerders zouden mandb iedere week
kunnen draaien en zo de databasecache actueel houden. Om problemen
door verouderde cache te voorkomen, valt man bij het mislukken van het
zoeken in het cache terug op de expansie van jokertekens (file
globbing), net zoals het zou doen bij afwezigheid van cache.
Nadat een man-pagina is gevonden, wordt gezocht naar een vooropgemaakt
`catalogusbestand' en gecontroleerd of het nieuwer is dan het
nroff-bestand. Als aan beide voorwaarden voldaan is, wordt dit
vooropgemaakte bestand (meestal) gedecomprimeerd en vervolgens getoond
via het gebruik van een opmaker. De opmaker kan op een aantal manieren
worden opgegeven en anders wordt er teruggevallen op de
standaardinstelling (zie optie -p voor meer informatie). Als er geen
catalogus gevonden wordt of als deze ouder is dan het nroff-bestand,
wordt de nroff door verschillende programma's verwerkt en direct
weergegeven.
Als een catalogusbestand aangemaakt kan worden (een relatieve
catalogusmap bestaat en heeft de juiste rechten), zal man het bestand
comprimeren opslaan op de achtergrond.
De filters worden op een aantal wijzen ontcijferd. Ten eerste wordt
opdrachtregeloptie -p of omgevingsvariabele $MANROFFSEQ ondervraagd.
Als -p niet gebruikt is en de omgevingsvariabele niet ingesteld, dan
wordt de eerste regel van het nroff-bestand ontleed op een
preprocessorstring. Om een geldige preprocessorstring te bevatten,
moet de eerste regel overeenstemming vertonen met
'\" <string>
waarbij string iedere combinatie van letters kan zijn, hieronder
beschreven door optie -p.
Als geen van de bovenstaande methoden filterinformatie oplevert, worden
standaardinstellingen gebruikt.
Een informatiestroom die de opmaak verzorgt, wordt gevormd door de
filters en de hoofdopmaker (nroff of [tg]roff met -t) wordt uitgevoerd.
Als alternatief kan er een programma worden uitgevoerd mandb_nfmt (of
mandb_tfmt met -t) mits deze bestaat in de top van de manstructuur.
Het ontvangt het bronbestand van de man-pagina, de preprocessorstring
en optioneel het apparaat dat is gespecificeerd met de argumenten -T of
-E.
OPTIES
Opties zonder argument die dubbel voorkomen in de opdrachtregel, in
$MANOPT of in beide, zijn niet schadelijk. Opties die wel een argument
vereisen, worden overschreven door ieder duplicaat.
Algemene opties
-C bestand, --config-file=bestand
Gebruik dit gebruikersconfiguratiebestand in plaats van de
standaard van ~/.manpath.
-d, --debug
Foutinformatie tonen.
-D, --default
Deze optie wordt normaal als allereerste opgegeven en hersteld
het gedrag van man. Het wordt gebruikt om die opties te
herstellen die mogelijk in $MANOPT zijn opgegeven. Iedere optie
die volgt op -D zal het normale effect hebben.
--warnings[=waarschuwingen]
Waarschuwingen afkomstig van groff inschakelen. Dit kan worden
gebruikt om de geldigheid van de broncode van man-pagina's te
controleren. waarschuwingen is een kommagescheiden lijst met
waarschuwingsnamen; als het niet is opgegeven, is de standaard
"mac". Zie de opmerking "Warnings" in info groff voor een lijst
met beschikbare waarschuwingsnamen.
Belangrijkste uitvoeringswijzen
-f, --whatis
Equivalent aan whatis. Toon een korte beschrijving van de
man-pagina, mits deze beschikbaar is. Zie whatis(1) voor meer
informatie.
-k, --apropos
Equivalent aan apropos. Doorzoek de korte
man-paginabeschrijvingen op trefwoorden en toon alle
overeenkomsten. Zie apropos(1) voor meer informatie.
-K, --global-apropos
Naar tekst zoeken in alle man-pagina's. Dit is een zoekactie
met brute kracht en zal mogelijk nogal wat tijd kosten; indien
mogelijk kunt u een sectie opgeven om het aantal pagina's dat
doorzocht moet worden te reduceren. Zoektermen kunnen
eenvoudige tekenreeksen zijn (de standaard) of reguliere
expressies in het geval de optie --regex is gebruikt.
-l, --local-file
'Lokale' modus activeren. Lokale man-bestanden opmaken en
weergeven in plaats van het zoeken door de verzameling
handleidingen van het systeem. Ieder man-paginaargument zal
worden opgevat als een nroff-bronbestand in de juiste opmaak.
Er wordt geen cat-bestand aangemaakt. Als '-' opgenomen is als
een van de argumenten, dan wordt de invoer uit stdin gehaald.
Als deze optie niet wordt gebruikt en man kan de vereiste pagina
niet vinden, dan wordt, voordat de foutmelding wordt getoond,
geprobeerd de naam als een bestandsnaam te gebruiken en naar een
exacte overeenkomst gezocht.
-w, --where, --location
De man-pagina's niet tonen, maar wel de locatie(s) weergeven van
de nroff-bronbestanden die opgemaakt zouden worden.
-W, --where-cat, --location-cat
De man-pagina's niet tonen, maar wel de locatie(s) van de
cat-bestanden die weergegeven zouden worden. Waneer -w en -W
beide opgegeven zijn, toon dan beide gescheiden door een spatie
-c, --catman
De optie is niet voor algemeen gebruik en mag alleen gebruikt
worden door het programma catman.
-R encoding, --recode=encoding
In plaats van de man-pagina op de gebruikelijke wijze op te
maken, schrijf de broncode weg, geconverteerde naar de opgegven
encoding. Wanneer u de codering van het bronbestand al weet,
dan kunt u ook direct gebruik maken van manconv(1). Deze optie
geeft u echter de mogelijkheid om meerdere map-pagina's naar een
enkele codering te converteren zonder expliciet de codering voor
elke apart op te moeten geven, mits ze al geinstalleerd zijn in
een structuur die overeenkomt met die van de man-pagina's.
Man-pagina's vinden
-L taalgebied, --locale=taalgebied
man zal normaal uw huidige taalgebied bepalen met een aanroep
van de C-functie setlocale(3) die verschillende
omgevingsvariabelen bevraagt, waaronder mogelijk $LC_MESSAGES en
$LANG. Om de vastgestelde waarde tijdelijk te overschrijven
gebruikt u deze optie om een taalgebied direct aan man door te
geven. Merk op dat dit geen effect heeft totdat het zoeken naar
de pagina's daadwerkelijk begint. Uitvoer zoals de hulptekst
zal altijd getoond worden in de taal die in eerste instantie
bepaald is.
-m systeem[,...], --systems=systeem[,...]
Wanneer dit systeem toegang heeft tot man-pagina's van andere
besturingssystemen, dan kunnen ze benaderd worden met deze
optie. Om naar een man-pagina uit de verzameling man-pagina's
van NieuwOS te zoeken, gebruikt u de optie -m NieuwOS.
Het opgegeven systeem kan bestaan uit een combinatie van
kommagescheiden namen van besturingssystemen. Om ook de
man-pagina's van het eigen besturingssysteem te doorzoeken,
voegt u de systeemnaam man toe aan de argumentstring. Deze
optie gaat voor op de omgevingsvariabele $SYSTEM.
-M pad, --manpath=pad
Geef een alternatief man-pad op. Standaard gebruikt man manpath
om het zoekpad te bepalen. De optie gaat voor op de
omgevingsvariabele $MANPATH en zorgt dat optie -m wordt
genegeerd.
Een pad dat als man-pad opgegeven wordt, moet de top van de
man-paginastructuur zijn, verdeeld in secties zoals in de
man-db-handleiding is beschreven (onder "Het
man-paginasysteem"). Man-pagina's buiten deze structuur kunnen
bekeken worden via optie -I.
-S lijst, -s lijst, --sections=lijst
Lijst bestaat uit een opsomming met `orderspecifieke'
man-secties die doorzocht moeten worden, gescheiden door een
dubbelepunt of komma. Deze optie gaat voor op de
omgevingsvariabele $MANSECT, (De spelling -s is voor
compatibiliteit met System V.)
-e sub-extensie, --extension=sub-extensie
Sommige systemen bevatten grote hoeveelheden man-pagina's in de
hoofdstructuur, bijvoorbeeld pagina's die behoren tot het pakket
Tcl. Om het probleem van man-pagina's met dubbele namen te
omzeilen, bijvoorbeeld exit(3), waren de Tcl-pagina's vaak
toegekend aan sectie I. Omdat dit niet fraai is, is het nu
mogelijk om de pagina's in de juiste sectie te plaatsen en er
een specifieke `extensie' aan toe te kennen, in dit geval
exit(3tcl). Standaard zal man exit(3) tonen en niet de voorkeur
geven aan exit(3tcl). Om uit deze situatie te komen, maar ook
te voorkomen dat de sectie waarin de pagina zich bevindt bekend
moet zijn, is het nu mogelijk om man een sub-extensie te geven
die aangeeft aan welk pakket de pagina toebehoort. Doorgaand op
het eerder genoemde voorbeeld zal de optie -e tcl van man het
zoeken beperken tot pagina's met de extentie *tcl.
-i, --ignore-case
Hoofdletters zijn niet van invloed bij het zoeken naar
man-pagina's. Dit is het standaardgedrag.
-I, --match-case
Hoofdletters zijn van invloed bij het zoeken naar man-pagina's.
--regex
Alle pagina's weergeven indien een deel van hun naam of
beschrijving overeenkomt met elk pagina-argument als een
reguliere expressie, zoals bij apropos(1). Omdat er bij het
zoeken naar een reguliere expressie vaak geen goede wijze is om
de "beste" pagina te kiezen, impliceert deze optie -a
--wildcard
Alle pagina's tonen met elke deel van hun namen of hun
beschrijvingen die overeenkomen met ieder pagina-argument
gebruikmakend van shell-achtige jokertekens, zoals met
apropos(1) --wildcard. Het argument pagina moet overeenkomen
met de volledige naam of beschrijving, of op de woordgrenzen in
de beschrijving. Omdat er bij het zoeken met jokertekens
meestal geen manier is om de "beste" pagina te kiezen,
impliceert deze optie -a.
--names-only
Als de optie --regex of --wildcard is gebruikt, zoek dan alleen
naar overeenkomsten in paginanamen en niet in
paginabeschrijvingen, zoals met watis(1). Anders is er geen
effect.
-a, --all
Standaard zal man stoppen na het weergeven van de meeste
geschikte man-pagina die het kan vinden. Door gebruik te maken
van deze optie, wordt man gedwongen alle man-pagina's te tonen
met namen die overeenkomen met de zoekcriteria.
-u, --update
Deze optie zorgt ervoor dat man een controle op
`inode-level'-consistentie van zijn databasecaches uitvoert om
te waarborgen dat ze een juiste representatie van het
bestandssysteem zijn. Het zal alleen een nuttig effect hebben
als man is geinstalleerd met de setuid-bit-collectie.
--no-subpages
By default, man will try to interpret pairs of manual page names
given on the command line as equivalent to a single manual page
name containing a hyphen or an underscore. This supports the
common pattern of programs that implement a number of
subcommands, allowing them to provide manual pages for each that
can be accessed using similar syntax as would be used to invoke
the subcommands themselves. For example:
$ man -aw git diff
/usr/share/man/man1/git-diff.1.gz
Met de optie --no-subpages wordt dit gedrag uitgeschakeld.
$ man -aw --no-subpages git diff
/usr/share/man/man1/git.1.gz
/usr/share/man/man3/Git.3pm.gz
/usr/share/man/man1/diff.1.gz
Opgemaakte uitvoer beheersen
-P opmaker, --pager=opmaker
Geef op welke uitvoeropmaker moet worden gebruikt. Standaard
gebruikt man pager -s.
De waarde kan bestaan uit een eenvoudige opdrachtnaam of een
opdracht met argumenten, waarbij shell-tekens gebruikt mogen
worden (backslashes en enkele of dubbele aanhalingstekens). Er
mogen geen 'pipes' gebruikt worden om meerdere opdrachten te
koppelen; als dit nodig is, gebruik dan een wrapper-script die
het te tonen bestand als argument of als standaardinvoer kan
nemen.
-r prompt, --prompt=prompt
Als een recente versie van less als opmaker is gebruikt, zal man
proberen zijn prompt en enkele nuttige opties in te stellen. De
standaardprompt ziet eruit als
Man-pagina naam(sec) regel x
waarbij naam staat voor de naam van de man-pagina, sec voor de
sectie waaronder het gevonden is en x voor het huidige
regelnummer. Dit is gerealiseerd door het gebruik van de
omgevingsvariabele $LESS.
Door -r met een string op te geven wordt de standaard
overschreven. De string mag de tekst $MAN_PN bevatten wat wordt
uitgebreid tot de naam van de huidige man-pagina en zijn
sectienaam omgeven door `(' en `)'. De string die gebruikt
wordt om de standaardwaarde te genereren kan worden uitgedrukt
als
\ Man\ pagina\ \$MAN_PN\ ?ltline\ %lt?L/%L.:
byte\ %bB?s/%s..?\ (END):?pB\ %pB\\%..
(press h for help or q to quit)
It is broken into three lines here for the sake of readability
only. For its meaning see the less(1) manual page. The prompt
string is first evaluated by the shell. All double quotes,
back-quotes and backslashes in the prompt must be escaped by a
preceding backslash. The prompt string may end in an escaped $
which may be followed by further options for less. By default
man sets the -ix8 options.
Als u de verwerking van man's prompt volledig wilt
overschrijven, gebruik dan de omgevingsvariabele $MANLESS zoals
hieronder beschreven.
-7, --ascii
Bij het bekijken van een man-pagina puur in ascii(7) op een
7-bit-terminal of -terminal-emulator kunnen sommige tekens niet
goed worden weergegeven als het gebruik maakt van de
apparaatbeschrijving latin1(7) met GNU nroff. Deze optie staat
toe man-pagina's in puur ascii te tonen in ascii op een
latin1-apparaat. Er zal geen latin1-tekst worden omgezet. De
volgende tabel toon de uitgevoerde omzettingen: sommige van de
delen kunnen alleen correct worden getoond bij gebruik van GNU
nroff's latin1(7)-apparaat.
Description Octal latin1 ascii
------------------------------------------
continuation 255 - -
hyphen
bullet (middle 267 o o
dot)
acute accent 264 ' '
multiplication 327 x x
sign
Als de inhoud van kolom latin1 juist is, staat uw terminal
waarschijnlijk op latin1-tekens ingesteld en is deze optie niet
noodzakelijk. Als de kolommen latin1 en ascii identiek zijn,
dan bekijk u deze pagina gebruikmakend van deze optie, of man
heeft de pagina niet opgemaakt volgens de
latin1-apparaatbeschrijving. Als de kolom latin1 ontbreekt of
de inhoud verminkt is, dan moet u de man-pagina's waarschijnlijk
met deze optie bekijken.
Deze optie wordt genegeerd bij gelijktijdig gebruik van de
opties -t, -H, -T of -Z en is mogelijk nutteloos bij een andere
nroff dan die van GNU.
-E codering, --encoding=codering
Uitvoer aanmaken voor een tekencodering die afwijkt van de
standaard. Voor achterwaartse compatibiliteit mag codering een
nroff-apparaat zijn zoals een ascii, latin1 of utf8, maar ook
een echte tekencodering zoals UTF-8.
--no-hyphenation, --nh
Normaal zal nroff tekst op regeleinden automatisch afbreken,
zelfs in woorden die geen afbreekteken bevatten, als het nodig
is om deze woorden over een regel te verdelen zonder excessieve
witruimte. Deze optie schakelt automatisch afbreken uit, zodat
woorden alleen afgebroken worden als ze al afbreektekens
bevatten.
Als u een man-pagina schrijft en wilt voorkomen dat nroff een
woord afbreekt op een ongeschikte plek, gebruik dan deze optie
niet, maar lees de nroff-documentatie over dit punt; zo kunt u
bijvoorbeeld "\%" binnen een woord plaatsen om aan te geven dat
er op deze plek mag worden afgebroken, of plaats "\%" aan het
begin van een woord om te voorkomen dat het wordt afgebroken.
--no-justification, --nj
Normaal zal nroff tekst automatisch tussen beide marges
uitvullen. Deze optie schakelt volledige uitvulling uit,
waarbij alleen uitlijnen tegen de linker marge overblijft.
Als u tijdens het schrijven van een man-pagina wilt verhinderen
dat nroff bepaalde alinea's uitvult, kunt u deze optie beter
niet gebruiken. Raadpleeg liever de nroff-documentatie; u kunt
bijvoorbeeld de ".na", ".nf", ".fi" en ".ad" gebruiken om
aanpassing en uitvulling uit te schakelen.
-p string, --preprocessor=string
Geef de volgorde van preprocessors aan die voor nroff of
troff/groff uitgevoerd moeten worden. Niet alle installaties
zullen over een volledige verzameling van preprocessors
beschikken. Sommige preprocessors en de aan hen toegewezen
letters zijn: eqn (e), grap (g), pic (p), tbl (t), vgrind (v),
refer (r). Deze optie overschrijft de omgevingsvariabele
$MANROFFSEQ. zsoelim wordt altijd als de allereerste
preprocessor uitgevoerd.
-t, --troff
Gebruik groff -mandoc om de man-pagina voor stdout op te maken.
Deze optie is niet vereist in samenhang met -H, -T of -Z.
-T[apparaat], --troff-device[=apparaat]
Deze optie wordt gebruikt om uitvoer van groff (of mogelijk
troff's) geschikt te maken voor een apparaat anders dan de
standaard. Het veronderstelt -t. Voorbeelden (geleverd met
Groff-1.17) zijn dvi, latin1, ps, utf8, X75 en X100.
-H[browser], --html[=browser]
Deze optie laat groff HTML-uitvoer produceren en toont deze
uitvoer in een webbrowser. De keuze voor een browser wordt
bepaald door het optionele browser-argument, de door
omgevingsvariabele $BROWSER of door een compilatiestandaard
(meestal lynx). Deze optie veronderstelt -t en werkt alleen
samen met GNU troff.
-X[dpi], --gxditview[=dpi]
Deze optie toont de uitvoer van groff in een grafisch venster
via het gxditview-programma. De dpi-instelling (dots per inch)
kan 75, 75-12, 100 of 100-12 zijn, met als standaard 75. De
-12-varianten gebruiken een 12-punts basislettertype. Deze optie
veronderstelt -T met een X75-, X75-12-, X100- resp.
X100-12-apparaat.
-Z, --ditroff
groff zal troff uitvoeren en vervolgens een geschikte
postprocessor gebruiken om de uitvoer te maken die geschikt is
voor het gekozen apparaat. Als groff -mandoc groter is dan
groff wordt deze optie doorgegeven an groff en wordt er geen
postprocessor gebruikt. Het impliceert -t.
Hulp krijgen
-h, --help
Een hulptekst tonen en stoppen.
-V, --version
Versieinformatie tonen.
STOPSTATUS
0 Programma correct uitgevoerd.
1 Gebruiks-, syntax- of configuratiebestandfout.
2 Uitvoeringsfout.
3 Een child-proces gaf een stopstatus ongelijk aan nul.
16 Minstens een van de pagina's/bestanden/trefwoorden bestond niet
of kwam niet overeen.
OMGEVING
MANPATH
Als $MANPATH ingesteld is, wordt het pad gebruikt om naar
man-pagina's te zoeken.
MANROFFOPT
De inhoud van $MANROFFOPT wordt aan de opdrachtregel toegevoegd
iedere keer als man een beroep doet op de opmaker (nroff, troff
of groff).
MANROFFSEQ
Als $MANROFFSEQ ingesteld is, wordt de waarde gebruikt om de
preprocessors vast te stellen waarmee iedere man-pagina verwerkt
wordt. De standaard preprocessorlijst is systeemafhankelijk.
MANSECT
Als $MANSECT insteld is, wordt deze dubbelpuntgescheiden lijst
met secties gebruikt om te bepalen welke man-paginasecties
doorzocht worden, en in welke volgorde.
MANPAGER, PAGER
De waarde van $MANPAGER of $PAGER ($MANPAGER heeft de voorkeur)
wordt gebruikt als programma om de man-pagina te tonen.
Standaard wordt hiervoor pager -s gebruikt.
De waarde kan bestaan uit een eenvoudige opdrachtnaam of een
opdracht met argumenten, waarbij shell-tekens gebruikt mogen
worden (backslashes en enkele of dubbele aanhalingstekens). Er
mogen geen 'pipes' gebruikt worden om meerdere opdrachten te
koppelen; als dit nodig is, gebruik dan een wrapper-script die
het te tonen bestand als argument of als standaardinvoer kan
nemen.
MANLESS
Wanneer $MANLESS is ingesteld, zal man geen 'prompt-string'
aanmaken voor de less-opmaker. In plaats daarvan wordt de
waarde van $MANLESS woordelijk gekopieerd naar $LESS.
Bijvoorbeeld, als u de prompt altijd wilt instellen op "my
prompt string", stel $MANLESS dan in op '-Psmy prompt string'.
BROWSER
Als $BROWSER ingesteld is, bestaat deze uit een
dubbelepuntgescheiden lijst met opdrachten, waarbij iedere
opdracht poogt een webbrowser voor man --html te starten. In
ieder opdracht wordt %s vervangen door een bestandsnaam met de
HTML-uitvoer van groff, %% door een enkel procentteken (%) en %c
door een dubbelepunt (:).
SYSTEM Wanneer $SYSTEM is opgegeven, heeft dit hetzelfde effect als het
opgegeven van optie -m als argument.
MANOPT Als $MANOPT ingesteld is, zal het voor de man's-opdracht ontleed
worden en er wordt van uitgegaan dat het in een gelijke indeling
staat. Net zoals alle andere manspecifieke omgevingsvariabelen
als opdrachtregelopties uitdrukt kunnen worden, en daarmee
kandidaat zijn om opgenomen te worden in $MANOPT, wordt verwacht
dat deze uitgerangeerd gaan worden.
MANWIDTH
Als $MANWIDTH ingesteld is, wordt zijn waarde gebruikt als
regellengte waarop man-pagina's opgemaakt moeten worden. Als
het niet ingesteld is, worden man-pagina's opgemaakt met een
regellengte passend bij de huidige terminal (via een ioctl(2),
mits beschikbaar, de waarde van $COLUMNS, of terugvallend op 80
tekens als geen van alle beschikbaar is). Categoriepagina's
worden alleen opgeslagen als de standaardopmaak gebruikt kan
worden, dus als de regellengte van de terminal tussen de 66 en
80 tekens is.
MAN_KEEP_FORMATTING
Normaal, als uitvoer niet doorgestuurd wordt naar een terminal
(zoals naar een bestand of een pijp), worden opmaaktekens
genegeerd om het resultaat makkelijker leesbaar te maken zonder
speciale hulpmiddelen. Echter, als $MAN_KEEP_FORMATTING
ingesteld is op een niet-lege waarde, dan worden deze
opmaaktekens behouden. Dit kan nuttig zijn voor wrappers om man
die opmaaktekens kunnen interpreteren.
MAN_KEEP_STDERR
Normaal, als de uitvoer doorgestuurd wordt naar een terminal
(meestal een pagina-opmaker), dan wordt ieder foutenuitvoer van
de opdracht om opgemaakte versies van man-pagina's te maken
genegeerd om verstoring van de pagina-opmaker te voorkomen.
Programma's zoals groff produceren relatief weinig foutmeldingen
over typografische problemen zoals slechte uitlijning die lelijk
zijn en algemeen verwarrend als ze naast de man-pagina worden
getoond. Echter, sommige gebruikers willen ze toch zien, dus,
als $MAN_KEEP_STDERR ingesteld is op een niet-lege waarde, zal
de foutmelding normaal getoond worden.
LANG, LC_MESSAGES
Afhankelijk van het systeem en de implementatie, worden $LANG en
$LC_MESSAGES bevraagd om de huidige locale te bepalen. man zal
zijn meldingen in die locale tonen (mits beschikbaar). Zie
setlocale(3) voor de details.
BESTANDEN
/etc/manpath.config
man-db-configuratiebestand.
/usr/share/man
Een algemene man-paginahierarchie.
/usr/share/man/index.(bt|db|dir|pag)
Een traditionele, algemene index-database-cache.
/var/cache/man/index.(bt|db|dir|pag)
Een algemene index-database-cache, in overeenstemming met FHS.
ZIE OOK
apropos(1), groff(1), less(1), manpath(1), nroff(1), troff(1),
whatis(1), zsoelim(1), setlocale(3), manpath(5), ascii(7), latin1(7),
man(7), catman(8), mandb(8), the man-db package manual, FSSTND
GESCHIEDENIS
1990, 1991 - Oorspronkelijk geschreven door John W. Eaton
(jwe@che.utexas.edu).
23 dec 1992: Rik Faith (faith@cs.unc.edu) paste reparaties van fouten
toe geleverd door Willem Kasdorp (wkasdo@nikhefk.nikef.nl).
30 april 1994 - 23 februari 2000: Wilf. (G.Wilford@ee.surrey.ac.uk)
heeft dit pakket ontwikkeld en onderhouden met hulp van een aantal
toegewijde mensen.
30 oktober 1996 - 30 maart 2001: Fabrizio Polacco <fpolacco@debian.org>
onderhoudde en verbeterde dit pakket voor het Debian-project met behulp
van de gehele gemeenschap.
31 Maart 2001 - heden: Colin Watson <cjwatson@debian.org> ontwikkelt en
onderhoudt man-db.