tar
een archivering hulpprogramma
- Provided by: manpages-nl (Version: 4.13-4)
- Source: manpages-l10n
- Report a bug
een archivering hulpprogramma
tar {A|c|d|r|t|u|x}[GnSkUWOmpsMBiajJzZhPlRvwo] [ARG...]
tar -A [OPTIES] ARCHIEF ARCHIEF
tar -c [-f ARCHIEF] [OPTIES] [BESTAND...]
tar -d [-f ARCHIEF] [OPTIES] [BESTAND...]
tar -t [-f ARCHIEF] [OPTIES] [LID...]
tar -r [-f ARCHIEF] [OPTIES] [BESTAND...]
tar -u [-f ARCHIEF] [OPTIES] [BESTAND...]
tar -x [-f ARCHIEF] [OPTIES] [LID...]
tar {--catenate|--concatenate} [OPTIES] ARCHIEF ARCHIEF
tar --create [--file ARCHIEF] [OPTIES] [BESTAND...]
tar {--diff|--compare} [--file ARCHEF] [OPTIES] [BESTAND...]
tar --delete [--file ARCHIEF] [OPTIES] [LID...]
tar --append [-f ARCHIEF] [OPTIES] [BESTAND...]
tar --list [-f ARCHIEF] [OPTIES] [LID...]
tar --test-label [--file ARCHIEF] [OPTIES] [LABEL...]
tar --update [--file ARCHIEF] [OPTIES] [BESTAND...]
tar --update [-f ARCHIEF] [OPTIES] [BESTAND...]
tar {--extract|--get} [-f ARCHIEF] [OPTIES] [LID...]
Deze man-pagina bevat een korte beschrijving van GNU tar. Voor een gedetailleerde discussie, inclusief voorbeelden en aanbevelingen over gebruik, verwijzen we naar de GNU Tar Handleiding beschikbaar in texinfo formaat. Als de info lezer en de tar documentatie correct op jouw systeem zijn geïnstalleerd, dan geeft het commando
toegang tot de volledige handleiding.
U kunt de manual ook lezen door gebruik te maken van de info modus in emacs(1), of hem vinden in de diverse formaten online op
Als er een verschil optreed tussen deze man-pagina en de GNU Tar Handleiding, dan dient de laatste beschouwd te worden als de bepalende bron.
GNU tar is een archivering programma ontworpen om meerdere bestanden in een enkel bestand op te slaan, en om zulke archieven te bewerken. Het archief kan een normaal bestand of apparaat zijn (b.v. een band apparaat, vandaar de naam van het programma, dat tape archiver betekent, die zich bevind op de lokale of een machine op afstand.
Opties voor GNU tar kunnen bestaan uit drie verschillende stijlen. In de traditionele stijl, is het eerste argument een groep van optie letters en alle volgende argumenten geven argumenten aan die opties die zo nodig hebben. De argumenten worden gelezen in dezelfde volgorde als de optie letters. Elk commando dat resteert nadat alle opties zijn verwerkt worden behandeld als niet-optionele argumenten: bestandsnamen of namen van leden van archieven.
Bijvoorbeeld, de c optie zal een archief aanmaken, de v optie vraagt om veel informatie te geven, en de f optie vraagt om een argument van de naam van het archief om op te werken. Het volgende commando, geschreven in de traditionele stijl, instrueert tar om alle bestanden van de map /etc op te slaan in het archief bestand etc.tar daarbij uitgebreide informatie gevend over de bestanden die worden gearchiveerd:
tar cfv etc.tar /etc
In UNIX of korte-optie stijl, is elke optie een letter voorafgegaan door een enkel verbindingsstreepje, net als in andere commando´s. Als een optie een argument nodig heeft, dan moet dat meteen volgen, ofwel als een apart commando woord, ofwel onmiddellijk na de optie. Echter, als een optie een optioneel argument nodig heeft, dan moet die onmiddellijk na de optie volgen, zonder een tussenliggende witruimte, net als in -g/tmp/snar.db.
Opties die geen argumenten nodig hebben mogen samen gegroepeerd worden na een enkel verbindingsstreepje, b.v. -vkp. Opties die argumenten nodig hebben (zowel verplicht als optioneel), mogen gegeven worden ná zulk een groep, b.v. -vkpf a.tar.
Het hierboven gegeven commando kan er in de korte-optie stijl uitzien als:
tar -cvf etc.tar /etcof
tar -c -v -f etc.tar /etc
In GNU of lange-optie stijl begint elke optie met twee verbindingsstreepjes en heeft een betekenis volle naam, bestaande of kleine letters and streepjes. Indien die gebruikte wordt, kan de lange optie afgekort worden tot zijn initiële letter, mits dat geen ambiguïteit creëert. Argumenten voor lange opties worden gegeven als ofwel als een apart commando woord, onmiddellijk na de optie, ofwel gescheiden van de optie door een is-teken zonder tussen liggende witruimte. Optionele argumenten moeten altijd de laatste methode volgen.
Hier zijn verschillende manieren van het voorbeeld commando in deze stijl:
tar --create --file etc.tar --verbose /etcof (afkorten van sommige opties):
tar --cre --file=etc.tar --verb /etc
De opties in alle drie de stijlen mogen gemengd worden, alhoewel dit niet wordt aangeraden voor oude opties.
De opties in de tabel hieronder vertellen wat GNU tar moet doen. Precies één van deze moet opgegeven worden. De betekenis van niet-optionele argumenten hangt af van de opgegeven modus.
Gecomprimeerde archieven kunnen niet geconcateneerd worden.
Deze optie werkt niet op gecomprimeerde archieven. Er bestaat geen korte-optie equivalent.
Er is geen korte optie equivalent voor deze optie.
Zowel bij tonen als uitpakken wordt de actuele inhoud van BESTAND niet bekeken, de inhoud is alleen nodig vanwege syntactische redenen. Daarom wordt in het dagelijkse gebruik /dev/null gebruikt in zijn plaats.
Deze opties bepalen acties van tar bij het uitpakken van een bestand uit een bestaande kopie op de schijf.
f Normaal bestand d Map l Symbolische koppeling h Harde koppeling b Blok apparaat c Teken apparaat
Momenteel worden alleen normale bestanden ondersteund.
Bovendien bevatten de volgende variabelen informatie over de werking modus en het archief van wordt bewerkt van tar:
Indien gebruikt met --group-map=BESTAND, beïnvloed alleen die bestanden waarvan de groepseigenaar niet voorkomt in BESTAND.
OUDE_GROEP NIEUWE_GROEP[:NIEUW_GID]
OUDE_GROEP is ofwel een geldige groep ofwel een GID voorafgegaan met +. Behalve als NIEUW_GID werd gegeven, moet NIEUWE_GROEP ofwel een geldige groepsnaam ofwel een +GID zijn. Anders hoeven zowel NIEUWE_GROEP als NIEUW_GID niet vermeld te worden in de groep database van het systeem.
Het resultaat is dat elk invoer bestand met groep eigenaar OUDE_GROEP opgeslagen wordt in het archief met groep eigenaar NIEUWE_GROEP en GID NIEUW_GID.
Indien gebruikt met --owner-map=BESTAND, dan worden alleen die bestanden beïnvloed waarvan de eigenaar niet voorkomt in BESTAND.
OUDE_EIGENAAR NIEUWE_EIGENAAR[:NIEUW_UID]
OUDE_EIGENAAR is ofwel een geldige gebruiker ofwel een UID voorafgegaan met +. Behalve als NIEUW_UID werd gegeven, moet NIEUWE_EIGENAARP ofwel een geldige gebruiker ofwel een +UID zijn. Anders hoeven zowel NIEUWE_EIGENAARP als NIEUW_UID niet vermeld te worden in de gebruiker database van het systeem.
Het resultaat is dat elk invoer bestand van gebruiker OUDE_EIGENAAR opgeslagen wordt in het archief onder gebruiker NIEUWE_EIGENAAR en UID NIEUW_UID.
De standaard is --sort=none, dat slaat archief leden in dezelfde volgorde op zoals terug gegeven door het besturingssysteem.
Gebruik van --sort=name zorgt ervoor dat de volgorde van leden in het gemaakte archief uniform en reproduceerbaar is.
Gebruik van --sort=inode verminderd het aantal zoek operaties op de schijf die worden gemaakt bij het aanmaken van het archief en kan daarom het archiveren aanzienlijk versnellen. Deze sorteer volgorde wordt alleen ondersteund indien het onderliggende systeem de noodzakelijk informatie aanlevert.
Een archief naam met een dubbele punt erin, specificeert een bestand of een apparaat op een andere computer. Het deel vóór de dubbele punt wordt geïnterpreteerd als computernaam of IP adres, en het deel achter de dubbele punt als bestand of apparaat padnaam, b.v.:
--file=remotehost:/dev/sr0
Een optionele gebruikersnaam mag voorafgegaan worden door een hostnaam, door er een @ tussen te plaatsen.
Standaard kan de andere computer benaderd worden met het rsh(1) commando. Tegenwoordig is het gewoond om in plaats daarvan ssh(1) te gebruiken. U kunt dit ook doen met de volgende optie op de commando regel:
--rsh-command=/usr/bin/ssh
Op de andere computer moet het commando rmt(8) geïnstalleerd zijn. Als daarvan de padnaam niet overeenkomt met de standaard van tar, dan kunt u de juiste padnaam aan tar laten weten door gebruik van de --rmt-command optie.
Als het info script faalt dan stopt tar; anders begint het het volgende volume te schrijven.
Deze optie impliceert -M.
Als MANIER niet werd opgegeven, dan zal de waarde van de VERSION_CONTROL omgevingsvariable genomen worden. Als hij niet is gezet dan wordt existing aangenomen.
Dit is standaard gedrag. De --no-verbatim-files-from optie is voorzien als een manier om het terug te zetten na de --verbatim-files-from optie.
Die optie is optioneel: het beïnvloed alle --files-from opties die erna komen, tot aan de --verbatim-files-from optie of aan einde van de regel, welke het eerst voorkomt.
Dit werd geïmpliceerd door de --no-null optie.
Zie ook --verbatim-files-from.
Behalve als anders opgegeven, BESTAND moet een lijst van bestanden bevatten gescheiden door ASCII LF (m.a.w. een naam per regel). De gelezen namen worden net zo behandeld als commando regel argumenten. Ze ondergaan het verwijderen van aanhalingstekens en opsplitsen van woorden, en elke tekenreeks die begint met - wordt gezien als een tar commando regel optie.
Als dit gedrag niet gewenst is dan kan het worden uitgezet met de --verbatim-files-from optie.
De --null optie instrueert tar dat namen in BESTAND zijn gescheiden door een ASCII NUL teken, in plaats van een LF. Dat is handig als de lijst werd gemaakt met het find(1) -print0 predicaat.
Deze optie beïnvloed alle --files-from opties die hierna komen op de commando regel. Zijn effect wordt ongedaan gemaakt door de --no-verbatim-files-from optie.
This option is implied by the --null optie.
Zie ook --add-file.
Bestandsnaam selectie-opties (voor zowel in- als uitsluitingpatronen):
Meerdere --warning berichten verzamelen.
Sleutelwoorden die de algemene tar werking bepalen:
Sleutelwoorden van toepassing voor tar --create
Sleutelwoorden van toepassing voor tar --extract
$ tar --warning=decompress-program -x -f archive.Z
tar (child): cannot run compress: No such file or directory
tar (child): trying gzip
Dit betekent dat tar eerst probeerde om archive.Z te decomprimeren door compress te gebruiken, en nadat dat faalde, gzip gebruikte.
Sleutelwoorden die incrementele extractie bepalen:
Achtervoegsel Eenheid Byte Equivalent b Blokken SIZE x 512 B Kilobytes SIZE x 1024 c Bytes SIZE G Gigabytes SIZE x 1024^3 K Kilobytes SIZE x 1024 k Kilobytes SIZE x 1024 M Megabytes SIZE x 1024^2 P Petabytes SIZE x 1024^5 T Terabytes SIZE x 1024^4 w Woorden SIZE x 2
Tar eind code geeft aan of het de gevraagde operatie succesvol kon beëindigen, en indien niet, welke soort fout optrad.
Als een subproces dat werd gestart door tar eindigde met een niet-nul eind code, dan zal tar ook eindigen met deze code. Dit kan bij voorbeeld gebeuren, als een compressie optie (b.v. -z werd gebruikt en het externe compressie programma faalde. Een ander voorbeeld is het falen van rmt gedurende het backupen naar een andere computer.
bzip2(1), compress(1), gzip(1), lzma(1), lzop(1), rmt(8), symlink(7), xz(1), zstd(1).
De volledige tar handleiding: voer info tar uit of gebruikt emacs(1) info modus om het te lezen.
Online kopieën van de GNU tar documentatie in diverse formaten zijn te vinden op:
http://www.gnu.org/software/tar/manual
Rapporteer gebreken in het programma aan <bug-tar@gnu.org>; meld fouten in de vertaling aan <vertaling@vrijschrift.org>.
Copyright © 2013-2019 Free Software Foundation, Inc.
Licentie GPLv3+: GNU GPL versie 3 of later
<http://gnu.org/licenses/gpl.html>
Dit is vrije software: u mag het vrijelijk wijzigen en verder verspreiden.
Deze software kent GEEN GARANTIE, voor zover de wet dit toestaat.
De Nederlandse vertaling van deze handleiding is geschreven door Mario Blättermann <mario.blaettermann@gmail.com> en Luc Castermans <luc.castermans@gmail.com>
Deze vertaling is vrije documentatie; lees de GNU General Public License Version 3 of later over de Copyright-voorwaarden. Er is geen AANSPRAKELIJKHEID.
Indien U fouten in de vertaling van deze handleiding zou vinden, stuur een e-mail naar debian-l10n-dutch@lists.debian.org.